zondag 5 maart 2017

SCENARIOBESCHRIJVING - Groepsdeel















ONLINE <<>> 1 SIZE FITS ALL

We bevinden ons in het jaartal 2032, de trend digitalisering heeft de afgelopen jaren sterk doorgezet. Overheid en onderwijsinstanties hebben om die reden de handen ineen geslagen om op een gestructureerde manier deze trend in onderwijsland vorm te geven. Dit heeft resulteert in het digitale leerloket.

Het digitale leerloket bevat – zowel voor het P.O., V.O. en beroepsonderwijs – een gestandaardiseerd lesaanbod, waarbinnen in lichte mate differentiatie kan worden aangebracht. Denk hierbij aan differentiatie op niveau binnen het PO, waardoor eventuele doublure voorkomen kan worden. Of differentiatie op tempo en interesse op het VO en beroepsonderwijs, waardoor specifieke studierichtingen kunnen worden gekozen en studievertraging zal worden beperkt. De bewandelbare paden liggen vast en zijn uitgezet door de onderwijsinstellingen, maar de student bepaalt welke route wordt afgelegd.

De leeromgeving is volledig gedigitaliseerd en bevindt zich in de Cloud, wat het leerproces tijd- en plaats onafhankelijk maakt. Binnen het lesstofaanbod is er een verschuiving zichtbaar. Het opslaan en oproepen van kennis neemt een minder prominente plek in dan voorheen. Het connectivisme verovert terrein en het vermogen om te leren wordt daarmee een belangrijker goed dan enkel het opslaan van kennis. De focus komt te liggen op het ontwikkelen van skills. VR neemt binnen al de onderwijssectoren een voorname plek in. Ontdekkend leren en werkplekleren kunnen hiermee naar een hoger plan worden getild.

De rolomschrijving van de docent 2032 is niet vergelijkbaar met die van de docent 2017. Het lesaanbod staat vast en wordt via digitale middelen aangeboden aan de student. Ook de directe feedback op de prestaties is gedigitaliseerd. De aanbod- en controlefunctie van de leerkracht zoals die voorheen werd uitgevoerd, is grotendeels verdwenen. De leerkracht blijft de leerling echter wel volgen in zijn leerproces en coacht en begeleidt waar nodig. Het initiatief tot contact wordt volledig gedeeld met de student. Ook studenten onderling komen regelmatig met elkaar in contact, met voornaamste doel het geven van peerfeedback op elkaars ontwikkeling. Deze digitale groepsgesprekken worden ingezet als formatief toetsmoment en hiermee wordt gestreefd naar een verbetering in het leerproces. Uiteindelijk vindt desondanks alsnog summatieve toetsing plaats, een noodzaak om te kunnen beoordelen of de gestelde doelen zijn bereikt. Aan de hand van deze harde gegevens kan de vervolgroute van de student worden bepaald.




Quest 2

Toekomstscenario voor het Primair Onderwijs

Onderwijs in het jaar 2030
Op basis van het sjabloon van mijn gameteam werk ik een toekomstscenario uit voor het primair onderwijs. Er zijn vier mogelijke toekomstscenario’s waarin de verwachte ontwikkelingen tussen nu en 2030 beschreven staan.


Er valt niet met zekerheid te zeggen in hoeverre het onderwijs over 13 jaar is veranderd. Veel hangt af van talentontwikkeling en de digitalisering binnen het basisonderwijs. Ondersteuning en subsidiëring van de overheid zal daarbij een belangrijke rol gaan spelen. Hieronder staan vier toekomstscenario’s beschreven die voortkomen uit de drijvende krachten.
 

Online – One Size Fits All
‘In the cloud ga je samen voor goud’

De basisschool moet meegaan met de digitalisering en de maatschappij. Een ouderwetse locatiegebonden schoolomgeving maakt een ontwikkeling door naar een digitale school-/leeromgeving die op meerdere locaties beschikbaar is. De traditionele kennisoverdracht is niet meer toereikend, aangezien de rol van de leerling, met bijbehorende 21st century skills, essentieel zijn voor toekomstige praktijksituaties binnen de maatschappij.

Jaap werkt vanuit huis en krijgt digitaal aanbod van de lesstof klassikaal
Jaap volgt basisonderwijs in het jaar 2030. Hij leert klassikaal in een digitale leeromgeving. De digitale leeromgeving richt zich op het online versterken van kennis en vaardigheden door een ICT’er of een medeleerling. De school van Jaap doet aan ‘peer tutoring’, waarin de ene leerling (tutor) via ‘screen mirroring’ een leerervaring biedt aan de andere leerling (tutee), onder toezicht van de ict- & social media expert. Volgens het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2014) is de relatie tussen de leerkracht en de leerling bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs. De afgelopen jaren heeft de ‘leerkracht-leerlingrelatie’ een ontwikkeling doorgemaakt tot ‘groepsrelatie’. Joop, de stiefbroer van Jaap, had voorheen een leerkracht voor de klas. Jaap heeft een ‘ICT- & social media expert’ die de klas motiveert en inspireert, om door samenwerking (met de omgeving), in relatie te leren. Thijs, Fisser, & Van der Hoeven (2014) beschreven dat naast (vak)kennis ook vakoverstijgende vaardigheden een prominente plek zullen gaan krijgen in het onderwijs. Samenwerken, creatief denken en probleemoplossend vermogen zijn voorbeelden van deze vaardigheden (Kennisnet, 2016). In de digitale leeromgeving van Jaap werken ICT’ers in teams en zijn expert in één of meerdere vakgebieden. Daarnaast spelen leerlingen verschillende rollen in het ondersteunen en onderwijzen van elkaar. Mitchell (2015) beschreef enige tijd geleden al dat je gebruik moet maken van de ‘natuurlijke’ sociale relatie die leerlingen hebben. De klas van Jaap maakt gebruik van een ‘online-community-tool’ (dit werd in 2017 Skype genoemd) waarbij, middels ‘screen mirroring’, peer-tutoring voor alle vakken een gezamenlijk lesaanbod kan worden aangeboden. Rubens (2013) beschreef dat kennis en vaardigheden in de toekomst verworven kunnen worden via (draagbare) technologie in een online leeromgeving. Waar Joop nog les kreeg in ‘ouderwetse’ klaslokalen met hooguit een tablet en digitaal schoolbord, volgt Jaap diverse quests in een digitale omgeving. Jaap’s ICT- & social media expert bepaalt de leerroute van de klas en past daarbij gamification toe (Van Geffen, 2016). Hij geeft instructie via een livestream over de missies en levels en coacht de klas via de online-community-tool. Voor Joop was het nog ondenkbaar, maar Jaap realiseert het verkrijgen van (digitale) leermiddelen door het ‘in house’ 3D/4D-printen (Van Hooijdonk, 2017). Jaap’s ICT- & social media expert voorziet de klas van data om deze prints te kunnen realiseren.

Kenmerken:
-         Al het niet-digitaal lesmateriaal de deur uit.
-         Leerkrachtrol is ICT & social media expert en biedt klassikale coaching
-         Feedback wordt via de computer verkregen.
-         Missies en levels in plaats van groepen.
-         Niet alleen stof leren, maar ook 21st century skills.
-         Hoge opstartkosten.
-         Grotere ouderbijdrage.

Offline – One Size Fits All
 ‘Op locatie werken zal het samen leren en leven versterken’

De basisschool moet meegaan met de culturele en maatschappelijke ontwikkeling. Een ouderwetse locatiegebonden schoolomgeving wordt gezien als een sociaal-culturele leerlocatie. Een verzamelpunt waar theoretisch lesaanbod plaatsvindt. Dit wordt aangevuld met een praktisch lesaanbod binnen diverse leerlocaties, zoals bedrijven en instellingen. Iedereen volgt hetzelfde aanbod en doet mee met de door de docent of leerlingen georganiseerde groepsactiviteiten.

Jaap werkt vanuit school en krijgt aanbod van de lesstof klassikaal
Jaap volgt basisonderwijs in het jaar 2030. Hij leert samenwerkend in een veilige leeromgeving. De veilige leeromgeving richt zich op de ontmoeting en het versterken van de relatie tussen Jaap, zijn klasgenoten en zijn ‘klassenpedagoog’. Zijn school doet aan ‘peer tutoring’, waarin de ene leerling (tutor) een leerervaring biedt aan de andere leerling (tutee), onder toezicht van de pedagoog. Volgens het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2014) is de relatie tussen de leerkracht en de leerling bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs. De afgelopen jaren heeft de ‘leerkracht-leerlingrelatie’ een ontwikkeling doorgemaakt tot ‘groepsrelatie’. Joop, de stiefbroer van Jaap, had voorheen een leerkracht voor de klas. Jaap heeft een ‘pedagoog’ die de klas motiveert en inspireert, om door samenwerking (met de omgeving), in relatie te leren. Begin deze eeuw stond het fysiek bij elkaar brengen van diverse instanties al centraal in de ontwikkeling van de brede scholen. Het aantal brede basisscholen in Nederland is in de afgelopen jaren sterk gegroeid (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2014). De school van Jaap heeft zich vanuit deze brede school doorontwikkeld tot ‘sociaal-culturele leerlocatie’. Thijs, Fisser, & Van der Hoeven (2014) beschreven dat naast (vak)kennis ook vakoverstijgende vaardigheden een prominente plek zullen gaan krijgen in het onderwijs. Samenwerken, creatief denken en probleemoplossend vermogen zijn voorbeelden van deze vaardigheden (Kennisnet, 2016). Op de school van Jaap werken pedagogen in teams en zijn expert op één of meerdere vakgebieden. Daarnaast spelen leerlingen verschillende rollen in het ondersteunen en onderwijzen van elkaar. Mitchell (2015) beschreef enige tijd geleden al dat je gebruik moet maken van de ‘natuurlijke’ sociale relatie die leerlingen hebben. Jaap maakt binnen en buiten zijn school gebruik van peer-tutoring voor alle vakken. Voorheen werd al beschreven dat de mogelijkheden om zowel binnen als buiten de schoolsituaties te leren, zal blijven toenemen (Bjork, Dunlosky & Kornell, 2013). De school van Jaap doet veel aan samenwerking met de omgeving om het sociaal- en samenwerkend leren van leerlingen te faciliteren. Waar Joop alleen les kreeg in ‘ouderwetse’ klaslokalen, krijgt Jaap les in diverse praktische en culturele leerlocaties buiten de school. Verschillende instanties zoals sporteducatie, maatschappelijke zorg en opvang zijn tevens erkende sociaal-culturele leerlocaties. Wanneer nieuwe bedrijven of instanties zich willen aanmelden als leerlocatie, dan zal eerst het officiële keurmerk voor een ‘veilige leeromgeving’ behaald moeten worden. Sikkes (2016) voorspelde dat de ontwikkelingen en gevolgen voor het erkennen van een keurmerk interessant zouden worden.

Kenmerken:
-         Klassen met gelijk niveau.
-         Geen plaats voor speciaal onderwijs in de klas.
-         Leerlingen hebben minder uitdaging.
-         Klasgenoten ondersteunen en onderwijzen elkaar.
-         De leerkracht als pedagoog richt zich op kennisoverdracht en coaching.
-         Weinig individuele aandacht, focus ligt op de groep.
-         Relatief goedkoop onderwijs.
-         Weinig vernieuwing.

Offline – Tailor Made
‘Op locatie werken zal je eigen ontwikkeling versterken’

Binnen een schoolomgeving op locatie kunnen leerlingen hun eigen curriculum volgen. Intelligente kinderen worden zo voldoende uitgedaagd en kinderen met een leerachterstand kunnen op eigen niveau begeleid worden. Leerlingen kunnen extra werk doen in de vakken waar ze goed in zijn en krijgen kansen om te excelleren. De rol van de leerkracht verandert wanneer er voor ieder kind een eigen curriculum komt. Leerkrachten krijgen een coachende rol.

Jaap werkt vanuit een leercentrum en krijgt een lesaanbod op maat
Jaap volgt basisonderwijs in het jaar 2030. Hij leert zelfregulerend in een adaptieve leeromgeving. De leeromgeving past zich aan op de ontwikkeling en de leerroute van Jaap. Zijn school realiseert het maken van keuzes in doelen, werkwijze, leermiddelen, leervakken en lestijden. Waar volgens het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2014) de afgelopen jaren een waargenomen groei van het aantal brede basisscholen in Nederland heeft plaatsgevonden, onderscheidt de school van Jaap zich als ‘leercentrum’. Joop, de stiefbroer van Jaap, ging voorheen op vaste tijden naar school, tegenwoordig zijn de openingstijden van het leercentrum adaptief. Waar Joop nog les kreeg in ‘ouderwetse’ klaslokalen, krijgt Jaap les in flexibele werkruimtes. De mogelijkheden om zelf te leren zowel binnen als buiten de schoolsituaties, zal blijven toenemen (Bjork, Dunlosky & Kornell, 2013). Het leercentrum van Jaap doet veel aan samenwerking met de omgeving om het ‘buitenschoolse’ leren van leerlingen te faciliteren. Verschillende instanties zoals sporteducatie, maatschappelijke zorg en opvang zijn onderdeel van het leercentrum. Binnen het leercentrum van Jaap staat de keuzevrijheid van de leerling centraal, waarbij zelfregulatie een belangrijk onderdeel voor het leren is (Bos, 2015). Dit impliceert een verschuiving van leerkrachtgestuurd naar leerlinggestuurd, waarbij een sterke zelfregulatie belangrijk is (Veermans & Järvelä, 2004). Jaap heeft momenteel een eigen leercoach die met hem naar zijn talenten en doelen kijkt (Van Beek & Doorten, 2009). In gesprek geeft Jaap aan wat zijn voorkeuren en ambities zijn. Uiteindelijk bepalen ze samen wat de meest gewenste en geschikte leerroute voor Jaap is. Zimmerman (2000) beschreef al dat het vermogen om het eigen leren te reguleren, in de maatschappij steeds belangrijker zou worden. Op de basisschool van Joop werd in 2017 al flink gewerkt aan zelfregulatie. Thijs, Fisser, & Van der Hoeven (2014) adviseerden indertijd om de 21st century skills op te nemen in het curriculum om voor de toerusting van leerlingen in de toekomst te kunnen zorgen. Jaap ervaart momenteel dat deze 21st century skills het fundament zijn geworden van het huidige basisonderwijs.

Kenmerken:
-         Leerling volgt eigen curriculum.
-         Leerlingen met leerachterstanden krijgen meer hulp.
-         Slimme leerlingen krijgen meer uitdaging.
-         Meer (gespecialiseerde) leerkrachten.
-         Leerkracht is meer leercoach.
-         Minder klassen, meer flexibele werkruimtes.
-         Redelijk weinig vernieuwing in lesmateriaal.
-         Veel vernieuwing in klassenindeling.

Online – Tailor Made
‘In the cloud doe je waar je van houdt’

De ‘klas’ zal een andere betekenis krijgen, aangezien iedere leerling op zijn eigen niveau zal werken. Boeken zullen verleden tijd zijn en al het lesmateriaal zal online, digitaal en in een binaire code te vinden zijn. De leerling zal exacte vakken via computerprogramma’s en sociale skills van de coach krijgen. Vragen kunnen worden gesteld via een livestream met de docent. Deze geeft les aan alle leerlingen van een volledig leerjaar. Diverse apps passen zich aan op wat de leerling op zijn/haar niveau nodig heeft. Naast het consumeren van de stof worden middels virtual reality ook de 21st century skills aangeleerd. Dat allemaal voor hoge opstartkosten voor de school, de ouders en de staat.

Jaap werkt vanuit huis en krijgt digitaal aanbod van de lesstof op maat
Jaap volgt basisonderwijs in het jaar 2030. Hij leert zelfregulerend in een digitale leeromgeving. De digitale leeromgeving past zich aan op de ontwikkeling en de leerroute van Jaap. Zijn online-leercoach faciliteert het maken van keuzes in doelen, werkwijze, leermiddelen, leervakken en lestijden. Rubens (2013) beschreef dat kennis en vaardigheden in de toekomst via (draagbare) technologie in een online leeromgeving kunnen worden verworven. Joop, de stiefbroer van Jaap, ging voorheen op vaste tijden naar school. Tegenwoordig kan Jaap zelf zijn leertijd en vrije tijd indelen, waarbij hij tevens op vakantie in het buitenland zijn leerroute kan volgen. Waar Joop nog les kreeg in ‘ouderwetse’ klaslokalen met hooguit een tablet en digitaal schoolbord, volgt Jaap zijn leerroute online in zijn eigen (leef)omgeving. Van Hooijdonk (2017) voorspelde dat het ‘in house’ 3D/4D-printen de uitkomst gaat bieden aan het verkrijgen van (digitale) leermiddelen. Jaap’s online-leercoach voorziet hem van data om deze prints te kunnen realiseren. De mogelijkheden om zelf te leren, zowel binnen als buiten de schoolsituaties, zal blijven toenemen (Bjork, Dunlosky & Kornell, 2013). Het digitale leercentrum van Jaap doet veel aan samenwerking met de omgeving om het ‘buitenschoolse’ leren van leerlingen te faciliteren. Verschillende instanties zoals sporteducatie, bedrijven, maatschappelijke zorg en opvang hebben in de afgelopen jaren ‘virtual en augmented reality quests’ weten te realiseren. Enkele jaren geleden werd al beschreven dat virtual en augmented reality het onderwijs voor altijd zal veranderen (Van Hooijdonk, 2017). De VR en AR quests staan in het teken van het aanleren van skills en sociale vaardigheden. Thijs, Fisser, & Van der Hoeven (2014) adviseerden indertijd om de 21st century skills op te nemen in het curriculum om voor de toerusting van leerlingen in de toekomst te kunnen zorgen. Jaap ervaart momenteel dat deze 21st century skills het fundament zijn geworden van het huidige basisonderwijs. Joop ervaarde dit nog situationeel. Jaap ervaart inmiddels een enorm keuzeaanbod aan quests, waarbij hij tevens zichzelf in niveau kan uitdagen. Zimmerman (2000) beschreef al dat het vermogen om het eigen leren te reguleren, in de maatschappij steeds belangrijker zou worden. Binnen de leerroute van Jaap staat de keuzevrijheid van de leerling centraal, waarbij zelfregulatie een belangrijk onderdeel voor het leren is (Bos, 2015). Dit impliceert een verschuiving van leerkrachtgestuurd naar leerlinggestuurd, waarbij een sterke zelfregulatie belangrijk is (Veermans & Järvelä, 2004). Jaap heeft momenteel een eigen online-leercoach die met hem naar zijn talenten en doelen kijkt (Van Beek & Doorten, 2009). In gesprek geeft Jaap aan wat zijn voorkeuren en ambities zijn. Uiteindelijk bepalen ze samen wat de meest gewenste en geschikte leerroute voor Jaap is. Tijdens de uitvoering van zijn leerroute krijgt hij feedback van de computer. Deze maakt gebruik van een skill tree. Opdrachten op tijd inleveren, meer oefenen en beter met elkaar samenwerken wordt met behulp van gamification op een positieve manier gestimuleerd (Van Geffen, 2016).

Kenmerken:
-         Geen klassen.
-         Meer particulier onderwijs.
-         Docenten fungeren als een online leercoach.
-         Online klas’lokalen’.
-         Feedback van de computer.
-         In de beginfase hoge kosten door aanschaf van digitale middelen.
-         Leerlingen plannen zelf hun schooljaar.

Literatuur

Bjork, R. A., Dunlosky, J. & Kornell, N. (2013).’Self-regulated learning: Beliefs, techniques, and illusions’. In: Annual Review of Psychology, 64, 417-444.

Bos, A. (2015). Werken met persoonlijke leerdoelen en 21st Century Skills in het basisonderwijs. Geraadpleegd op 2 maart 2017 op talentstimuleren.nl.

Kennisnet (2016). 21st Century Skills. Geraadpleegd op 10 maart 2017, via: https://www.kennisnet.nl/artikel/nieuw-model-21e-eeuwse-vaardigheden/

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (2014). Jaarbericht brede scholen 2013 en uitkomsten landelijke effectmeting. Geraadpleegd op 5 maart 2017, van: https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken /2014/07/01/aanbiedingsbrief-jaarbericht-brede-scholen-2013-en-uitkomsten-landelijke-effectmeting-brede-scholen/aanbiedingsbrief-jaarbericht-brede-scholen-2013-en-uitkomsten-landelijke-effectmeting-brede-scholen.pdf

Mitchell, D. (2015). Wat écht werkt. 27 evidence based strategieën voor het onderwijs. Pagina 47. Huizen: Uitgeverij Pica.

Rubens, W. (2013). E-learning. Trends en ontwikkelingen. Middelbeers: Innodoks uitgeverij. Geraadpleegd op 8 maart 2017, van http://www.te-learning.nl/blog/wp-content/uploads/2016/01/elearningtrendsdef.pdf

Sikkes, R. (2016). Ratjetoe aan inspectie-keurmerken. Is goed niet goed genoeg? In: Onderwijsblad17, 5 november 2016.

Thijs, A., Fisser, P. & Hoeven, M. van der (2014). 21e eeuwse vaardigheden in het curriculum van het funderend onderwijs. Enschede: SLO.

Van Beek, K. & Doorten, I. (2009). Een andere kijk op talent. Den Haag: RMO/RVZ.

Van Hooijdonk, R. (2017). Trends 2017. Geraadpleegd op 5 maart 2017, van https://info.richardvanhooijdonk.com/trends-2017

Van Geffen, S. (2016). Gids voor gamification. Een inleiding op Gamification in de klas. Koning Willem 1 College ’s-Hertogenbosch: School voor de toekomst.

Veermans, M., & Järvelä, S. (2004). Generalized Achievement Goals and Situational Coping in Inquiry Learning. Instructional Science, 32(4), 269-291.

Zimmerman, B.J. (2000). ‘Attaining sel-regulation: A social-cognitive perspective’. In M. Boearts, P.Pintrich en M. Zeidner (red.) In: Self-regulation: Theory, research, and applications (pp. 13-39). Academic Press.

Leren doe je samen, op je eigen wijze


Deze blogpost werkt (in eerste concept) het groepsscenario uit voor het kwadrant offline en tailor-made.

Maart 2030, 9:00, Basisschool “De onderste steen”

Quyen (9) en Daan (11) zijn samen aan het werk aan hun project “zwaartekracht”. Gisterenochtend hebben ze allebei informatie gezocht over het onderwerp, die ze gebruikt hebben om een aantal proefjes te bedenken. Deze hebben ze aan het eind van de dag besproken met Juf Bettine, die hen nog tips heeft gegeven voor de uitvoering. Vandaag gaan ze de bedachte proefjes uitvoeren in één van de de TechZalen van school en dit filmen. Met de high-speed camera kunnen ze goed het verschil tussen de verschillende voorwerpen die ze gaan laten vallen, laten zien. Deze opnames gebruiken ze voor de presentatie van hun project aan hun hele groep die ze deze periode in het Spaans geven, omdat Quyen die taal graag beter wil leren. Naast de TechZalen zijn er in het gebouw TalenZalen voor Engels, Spaans, Chinees en Nederlands, BewegingsZalen voor groeps- en individuele sporten en ZingevingsZalen voor christenen, moslims, boeddhisten en pastafarianen. Het gebouw heeft verder diverse algemene ruimtes waar de kinderen kunnen leren en leerkrachten kunnen werken: variërend van grote open ruimtes tot geïsoleerde rustige plekken voor maximaal drie kinderen.
Tegelijkertijd met Quyen en Daan zijn er momenteel nog achttien andere kinderen uit hun groep bezig met het uitvoeren van zelfgekozen projecten. Deze kinderen variëren in leeftijd van ongeveer 8 tot 12 en zitten samen in deze groep omdat ze nieuwsgierig zijn en het fijn vinden zelf dingen te ontdekken en zelf te kiezen waar ze mee bezig zijn. Juf Bettine houdt in het dLP (digitale LeerlingProfiel) bij welke thema’s ze behandeld hebben, let erop dat kinderen met veel verschillende klasgenoten samenwerken, zorgt dat de kinderen worden uitgedaagd om uit hun comfort zone te komen en helpt bij het kiezen van onderwerpen waar kinderen misschien niet meteen zelf aan zouden denken. In het dLP staat van ieder kind beschreven waar de specifieke talenten liggen en beschrijft de ontwikkeling die ze doormaken.

Naast de exploratieve groep van Quyen en Daan zijn er ook groepen met leerlingen die met door de docenten uitgezochte thema’s aan de slag gaan en groepen die juist niet met thema’s werken, maar een vaster programma hebben op basis van een vakgerichte benadering. Deze laatste groep heeft bijvoorbeeld in de ochtend taal- en rekenonderwijs en in de middag zaakvakonderwijs. Uiteraard wordt ook van deze leerlingen een dLP bijgehouden. Het dLP is inzichtelijk voor de ouders/verzorgers van ieder kind. Iedere leerkracht heeft minimaal drie keer per jaar een voortgangsgesprek in met de ouders/verzorgers en het kind. In dit gesprek wordt onder andere gekeken of het kind nog in de juiste groep zit: de verdeling over de groepen is flexibel. Kinderen stappen regelmatig over van de ene naar de andere vorm, omdat een andere vorm beter past bij hun ontwikkeling en behoeften op dat moment. In het voortgangsgesprek wordt onder andere hierover gepraat. Bij kinderen vanaf een jaar of 11 wordt ook besproken of het kind al naar de beroepsschool kan en wil.

Maart 2034, 11:00 Beroepsschool “Ayenva”

Quyen (13) en Daan (15) zitten inmiddels twee jaar op de beroepsschool. Op beroepsscholen zijn twee richtingen te onderscheiden: de hoofdopgeleide en de handopgeleide richting. Deze tweedeling is gemaakt op voorspraak van Nathalie Baartman, die de in 2016 gebruikelijke terminologie van hoogopgeleid en laagopgeleid veroordeelde en daar veel navolging bij vond.

Daan heeft gekozen voor de handopgeleide richting. Op “De onderste steen” heeft hij ontdekt dat hij het leuker vindt om dingen te maken en uit te proberen dan om informatie te zoeken en plannen te maken. Daan heeft het in zijn tweede jaar op de beroepsschool goed naar zijn zin. Hij heeft gewerkt aan verschillende projecten, op verschillende locaties van de school. Momenteel leert hij drie dagen per week op de Avyena-pop-up locatie bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis. De pop-up locaties van beroepsscholen zijn gevestigd in of bij bedrijven en instellingen. Studenten leren er in kleine groepen onder begeleiding van een docent van Avyena. Wat ze leren, brengen ze meteen in de praktijk. De afgelopen week heeft Daan geleerd om patiënten met verschillende aandoeningen in en uit bed te halen. De uitleg vooraf werd gegeven door ervaren verpleegkundigen van het ziekenhuis en daarna oefende  iedereen op verschillende afdelingen. De docent helpt de groep door dagelijks te bespreken wat ze gedaan hebben en de verbanden te zoeken met wat ze al weten. De andere twee dagen per week leert Daan op de vaste Avynea-locatie in Eindhoven. In zijn studiegroep presenteren studenten aan elkaar wat ze de afgelopen week gedaan hebben. Hij vindt het altijd leuk zijn groep weer te zien: de meesten van hen kent hij al twee jaar ondertussen. Wekelijks heeft hij een individueel voortgangsgesprek met zijn studiecoach Dorien. Zij helpt hem te reflecteren, geeft informatie over nieuwe pop-ups en ontwikkelingsmogelijkheden. Deze week heeft hij met Dorien besproken dat hij graag weer een interdisciplinair project wil doen, zoals vorig jaar bij AMSL. Na afloop werkt hij zijn digitale CompetentieProfiel (dCP) bij. Samen met Dorien bepaalt Daan op welke momenten hij welke onderdelen uit zijn dCP laat examineren.

Quyen studeert ook bij “Avynea”, maar heeft gekozen voor de hoofdopgeleide richting. Op “De onderste steen” heeft zij ontdekt dat het leuk vindt om ingewikkelde puzzels op te lossen en graag precies wil weten hoe dingen werken. Quyen is blind en door haar handicap zou een handgericht beroep sowieso lastig zijn, omdat daar bijna altijd oog-handcoördinatie voor nodig is.  In haar eerste jaar op Avyena heeft ze samen met een aantal andere studenten gewerkt aan een handgebarenvertaalprogramma, dat de Engelse gebarentaal met een camera kan lezen en door een avatar kan laten omzetten in de Nederlandse. Deze opdracht was gegeven door het Nederlands Doven Instituut (NDI), waar gedurende een ruim jaar een pop-up locatie gevestigd was. Quyen heeft in door dit project geleerd te programmeren, op basis van de ontwerpen van oudere studenten, haar docent en medewerkers van het NDI. Haar programmeerwerk heeft ze laten succesvol examineren, dus haar programmeerskills zijn toegevoegd aan haar dCP. Samen met haar studiecoach Amir stippelt ze de vervolgstappen uit: ze wil graag eerst nog een andere programmeertaal leren om te ontdekken of ze dat sneller onder de knie krijgt nu ze al ervaring heeft. Daarna wil ze gaan het ontwerpen van grotere programma’s gaan leren, zodat ze over een jaar zelf jongere studenten haar ideeën kan laten programmeren.


Online-Tailor made groep

Het Shaking Event op 10 maart 2017 heeft diepe sporen nagelaten in het onderwijs! Vandaag 10 maart 2030 plukken we nog steeds de vruchten van een kanteling die gezamenlijk tot stand is gekomen. Jan Rotmans, Jef Staes, Sjef Drummen en nog veel meer dwarsdenkers hebben aan de wieg gestaan van 'human based learning'.

Nadat van 2017 tot 2020 exponentiele organisaties als Uber, AirBnB, Spotify, Netflix en Snapchat de macht grepen en zich in het onderwijsland nestelden is de bom in Den Haag gebarsten. In 2016 werd in de voetbalwereld de transfermarkt volledig opengebroken, makelaars moesten geen licentie meer hebben omdat men vermoedde dat er daardoor een transparanter systeem zou ontstaan. Precies hetzelfde besloot de overheid in 2020 ook te doen, de roep van het volk om het afschaffen van alle regelgeving rondom diploma's en leerplicht zijn gehoord waardoor communities zelf zijn gaan bepalen hoe zij de mens centraal wilden zetten in een ontwikkelsysteem. De bekostiging van het gehele online systeem komt voor rekening van de ingestapte bedrijven (global en local).

Wat daarbij opvalt is dat er enkele grote wereldwijde aanbieders zijn ontstaan die de grote massa begeleiden. Daarnaast zijn er een aantal zeer specifieke learning labs ontstaan die in Nederland gesteund worden door oprichters als Wim van der Leegte, Peter Wennink, Toon Gerbrands en een aantal andere vooraanstaande zakenmannen. Zij gebruiken de online labs vooral voor cherry picking ten opzichte van talenten die hun regio of bedrijf vooruit kan helpen.

Centraal staat de ontwikkeling van de mens. Zodra je als lerende toegang krijgt tot het online learning lab krijg je een digitale intake waarbij je zowel lichamelijk als geestelijk helemaal wordt doorgelicht. Tevens worden de randvoorwaarden gecheckt die het mogelijk moeten maken dat jij een online en op maat gesneden traject kunt volgen.
Tijdens een 2 weken durende detox krijg je de mogelijkheid om een aantal challenges aan te gaan. Deze challenges voer je lokaal fysiek uit en je deelt jouw leerervaringen steeds online met jouw leergroep die bestaat uit allerlei mensen met verschillende leeftijden en nationaliteiten.

Vanuit deze challenges ga je samen met jouw learning coach een eerste learning challenge definiëren. Bij al deze challenges staat het ervaren, ontdekken en ontwikkelen van vaardigheden centraal. Leeftijd speelt hierbij geen rol. Van 8 tot 80 jaar heeft de omgeving dagelijks behoefte aan vooral offline vaardigheden die er aan bij dragen dat wij als mensheid de robots voorblijven. De kunstmatige intelligentie heeft ervoor gezorgd dat geavanceerde mensrobots steeds meer en beter worden in het toepassen van 'deep learning'. Het divergeren en convergeren zijn belangrijke skills in relatie met future networking skills. Deze netwerk skills moeten er toe leiden dat jij ongeacht leeftijd en uiterlijk de juiste mensen bij jouw challenge zoekt en vindt.

De kennismaatschappij is steeds verder afgebrokkeld vanaf 2016. Het weten en kennen van feiten is ondergeschikt geraakt aan het belang van leren leren. Coaches die betrokken zijn bij het online learning lab kunnen als hologram verschijnen in jouw fysieke leeromgeving om aanwijzingen te geven. De coach zal je nooit sturen naar het beste resultaat maar steeds dwingen om na te denken over wat je nodig hebt om verder te komen met de challenge. Wanneer je een bepaald level behaald als lerende omtrent het leren leren krijg je de mogelijkheid om zelf ook op te treden als coach.

De online omgeving is er een van mixed reality. Het speelt zich af in een 3D online omgeving waar je als lerende een eigen avatar hebt die in contact staat met de sensoren die je fysiek in jouw lichaam hebt laten plaatsen. Er is een constante verbinding tussen jouw menselijke brein en jouw artificial brein, wanneer je gaat slapen worden beschikbare data overgezet waar het kan naar het kunstmatige brein. Daarnaast is er ook een fysieke omgeving die je kunt betreden wanneer je 'great global solutions' hebt ontwikkeld. In deze fysieke omgeving ontmoet je andere master brains en werk je mee aan het verbeteren van de learning labs en help je bedrijven mee te zoeken naar master talents.
Al deze (leer)activiteiten worden bijgehouden in je eigen online identity en zijn voor alle gebruikers binnen het lab in te zien, daarnaast is er een grote groep betalende clients die de identities gebruiken om talents aan zich te binden.

Momenteel zijn er een aantal issues waar de online learning labs mee worstelen. De persoonsgerichte keuze met betrekking tot het kiezen van challenges zorgt ervoor dat sommige master talents geïsoleerd raken. Omdat de persoonlijke challenge niet aansluit bij wat de global of local challenges zijn worden hun capaciteiten niet afgenomen of voldoende erkend.
Tevens is er een zeer beperkte groep mensen die elkaar fysiek tegenkomt bij het delen van de great global solutions, hierdoor ontstaat er een homogene groep denkers die uiteindelijk ook vastlopen in hun denkrichtingen.