Duiveltjes

Posts tonen met het label Edwin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Edwin. Alle posts tonen

vrijdag 14 april 2017

De puntjes op de ï

Dit is mijn laatste Blogpost voor LA4. In de Blogpost ga ik in op de feedback die ik gekregen heb op de verschillende Quests die ik en het gameteam hebben ingediend. Om de feedback in perspectief te plaatsen, heb ik de gegeven scores omgerekend naar een tienpunttsschaal en het gemiddelde uitgerekend (zonder rekening te houden met de wegingsfactoren).


Behaalde score
Maximale score
Tienpuntsschaal
Quest 1: shaping the future
14
20
7.0
Quest 2: toekomstscenario
26
30
8.7
Quest 3: SWOT
16
20
8.0
Quest 4: zo gaat de toekomst eruit zien
46
50
9.2
Quest 5: challenge day
40
50
8.0
Gemiddelde
8.2

Zoals te zien noopt de overall-score niet direct tot een grondige aanpassing. Mijn worsteling met dit LA zat er met name in dat ik bij de andere LA’s veel meer direct de toepassing voor mijn academie zag en om die reden ze ook meer betrokken heb. Ik denk dat je scenario’s voor de toekomst maken moet doen met je eigen team, om zo gezamenlijk een visie te ontwikkelen en de toekomst te verkennen. Omdat mijn collega’s het gemiddeld gezien meer dan druk genoeg hebben en het onderwerp abstract is en niet actueel voor onze Academie op dit moment, heb ik er voor gekozen de interactie niet op te zoeken. Als er wel een vraag vanuit mijn werk kwam om dergelijke scenario’s uit te werken, zou ik dat doen met een groep collega’s en de WAR (WerkveldAdviesRaad). Ik kan me voorstellen dat bepaalde trends invloed hebben op het werkveld en daarmee op wat de opleiding wil leveren. Duurzaamheid is een voorbeeld van een trend die in het werkveld waarschijnlijk relevant is en waarbinnen verschillende drijvende krachten te onderscheiden zijn: zowel geopolitiek als technisch.

In mijn ogen was het hoofdpunt van feedback op Quest 2 dat de scenario’s in het algemeen en het gekozen scenario in het bijzonder niet verrassend genoeg zijn. Dit wordt ook aangegeven in de feedback op quest 4B. Het verrassende element in onze scenario’s is de mogelijkheid van terug naar offline onderwijs, met veel contact en met weinig aandacht voor het digitale. Dit lijkt wellicht niet verrassend, maar stel dat het rond 2030 zo gaat als wij schetsen, dan is dat wel degelijk een verrassing. De intentie hierbij was overigens vooral bewustwording creëren en te prikkelen: uit de losse opmerkingen die op de feedbackformulieren stonden, maak ik op dat dat gelukt is! Ook met deze post van mij ten tijde van Good Old LA2 heb ik me kritisch uitgelaten teneinde te prikkelen inzake de inzet van ICT in het onderwijs: http://edwinmelis.nl/2016/02/22/ben-ik-nou-geflipt/. Voel ik een thema aankomen voor een de vakpublicatie voor de integratiefase? Overigens zal ik dan wel beter moeten onderbouwen en meer bronnen moeten raadplegen: de feedback dat ik dat minimaal gedaan heb, herken ik. Idem voor het verwerken van de peer-feedback: ik had dit consequenter over alle kwadranten kunnen doen.

Bij Quest 3 komt de opmerking over het verwerken van de peerfeedback en de consequentheid over de diverse scenario’s terug. Mijn GBV (Gezonde Boeren Verstand) is wel vooral de bron geweest bij het invullen van de SWOT. Dit had ik vrij eenvoudig kunnen spiegelen met bijvoorbeeld de directie en/of kunnen onderbouwen uit de kritische reflecties ten behoeve van de accreditaties van voorjaar 2017. Dit laatste heb ik wel gedaan, maar niet systematisch en zonder bronvermelding. In de feedback op Quest 3 wordt verder aangegeven de maatschappelijke opdracht van de school nog nadrukkelijker naar voren mag komen. De maatschappelijke opdracht van de school in het gekozen scenario is om maatwerk te leveren aan studenten en gebruik te maken van recente wetenschappelijke inzichten als onderlegger voor de manier waarop het onderwijs is ingericht. Hierbij is een belangrijk verschil met de huidige situatie dat er geen onderscheid meer is tussen hbo en mbo: beiden zijn beroepsopleidingen.


Tot slot nog Quest 4b en Quest 5: in de feedback op 4b valt de suggestie op om de opdrachten meer MLI-achtig te maken. Door de grote spreiding in leeftijd en dus kennis en vaardigheden hebben we gekozen om de opdrachten breed neer te zetten en ze te koppelen aan de survival skills voor de toekomst. Deze survival skills zijn ook voor MLI’ers belangrijk. 

donderdag 23 maart 2017

SWOTterdeSWOT: De Definitieve Versie

Het gezamenlijke scenario van mijn gameteam is hier te vinden: http://sarahsduivels.blogspot.nl/2017/03/quest-2-teamdeel-versie-2.html
Het scenario dat we verder uit gaan werken is het scenario tailormade-offline. In dit Blogbericht maak ik een SWOT (strengths, weaknesses, opportunities en threats.) van dit scenario, toegespitst op de opleiding waar ik (het meest) voor werk: chemie bij de Academie voor de Technologie van Gezondheid en Milieu. Als opwarmertje een visuele weergave, met daarna een tekstuele toelichting:



Strengths
Er wordt gebruikt gemaakt van recente wetenschappelijke inzichten, zoals bijvoorbeeld het maken van aantekeningen met een pen, omdat dat tot betere informatieverwerking leidt. Binnen ATGM heeft 99% van de docenten een master, waarvan rond de 60% een PhD heeft. Het ontwikkelen van onderwijs op basis van wetenschappelijke inzichten en het doen van onderzoek hier naar, past bij de achtergrond van deze docenten. Docenten kunnen worden uitgedaagd om zelf onderzoek te doen naar de meest effectieve manier van lesgeven binnen hun vakgebied en context: de onderzoeksvaardigheden bezitten ze. Natuurwetenschappelijk onderzoek is veelal anders van aard dan onderwijskundig/psychologisch onderzoek. Medewerkers met een MLI-achtergrond kunnen helpen om deze verschillen te bespreken, te duiden en te benutten.

Doordat studenten veel op school zijn, is er makkelijk sprake van laagdrempelig contact tussen studenten en docenten. De goede sfeer en het intensive contact zijn voor ATGM (en haar voorlopers) al decennialang sterke punten die in dit scenario goed behouden blijven.

Het werken in groepen met verschillende mensen van verschillende niveaus sluit goed aan bij het werken in de beroepspraktijk, waar de meeste docenten uitkomen voor ze als docent aan de slag gaan. Docenten kunnen door de opdrachten uit het bedrijfsleven op een natuurlijke manier in contact blijven met hun oorspronkelijke beroep.

Weaknesses
Het verschil tussen mbo en hbo is opgeheven. Op dit moment is er nog wel een verschil in de benodigde onderwijsbevoegdheid voor beide richtingen. Docenten op een mbo dienen een tweedegraadsbevoegdheid te hebben of te halen, docenten op het hbo hebben formeel geen onderwijsbevoegdheid nodig en worden vaak via een intern traject opgeleid. Als docenten op het beroeponderwijs les gaan geven, moeten ze ofwel allemaal een tweedegraadsbevoegdheid (dan wel een vrijstelling hiervoor) halen, of de wet moet worden aangepast. De jonge leeftijd waarop studenten instromen in het beroepsonderwijs hangt hiermee samen: leerlingen van 12 begeleiden vraagt andere vaardigheden dan studenten van rond de 20 begeleiden. NB: In ons leerteam ontbreken docenten van het VO. Daarmee is deze schakel ook uit de keten verdwenen. Het verlengen van het PO of de tussenstap van een VO, maakt het verschil in leeftijd van de groep kleiner en daarmee ook de marge waarbinnen docenten moeten kunnen opereren.

Het omgaan met diversiteit in de groepen en het kunnen begeleiden van zeer uiteenlopende studenten, vraagt in dit scenario extra aandacht: juist voor de docenten van ATGM die veelal vanuit de vakinhoud vertrekken. Het is de vraag in hoeverre de geschetste, andere invulling van de rol van docent, past bij het huidige docententeam in het bijzonder en hoogopgeleide chemici in het algemeen. Medewerkers met een MLI-achtergrond kunnen hierin een belangrijke rol spelen, die begint bij het opstellen van het docentprofiel en dit bij vacatures expliciet op te nemen en zo bij de selectie van nieuwe collega’s nu al te anticiperen op wat er in de toekomst van een docent gevraagd wordt. In de transformatie van de focus van het docententeam van het overdragen van kennis naar het aanleren van generieke vaardigheden, kunnen zij dit procesmatig en inhoudelijk begeleiden: MLI’ers zijn immers de aangewezen begeleider en gesprekspartner van collega’s.  

Opportunities
De beschreven nauwe samenwerking met het bedrijfsleven is een kans in dit scenario. Het onderwijs krijgt op die manier een prikkel om “state of the art”-te zijn, door dat de problemen van de sector zichtbaar worden in de opdrachten die vanuit het bedrijfsleven komen. Theorie en praktijk zijn goed te koppelen en het nut van inhoudsgebieden wordt voor studenten goed zichtbaar. Daarnaast zijn de laboratoria op bedrijven voorzien van specifieke, specialistische apparatuur, die de school op dit moment niet kan aanschaffen. De mogelijkheid deze apparatuur te gebruiken zorgt dat studenten de basiskennis- en vaardigheden die ze opdoen tijdens hun studie kunnen toepassen op de nieuwste technieken. Docenten blijven op deze manier ook bij, omdat ze steeds in aanraking komen met de nieuwste technieken. Voor het bedrijfsleven levert dit op dat studenten de vaardigheden hebben om snel nieuwe technieken te leren en ze de op dat moment gangbare technieken beheersen zodra ze starten met hun eerste baan.

Threats
In het scenario wordt kennis vooral uit boeken gehaald. Studenten chemie halen, zeker in de latere fase van de opleiding, juist veel informatie uit literatuur en tijdschriften. In de beschreven analoge opzet, is dat ondoenlijk. Bij een implementatie van dit scenario, zal steeds op basis van wetenschappelijke inzichten een keus moeten worden gemaakt over welke informatie op welke manier verstrekt en verwerkt wordt, om te voorkomen dat studenten dusdanig “analoog” worden opgevoed dat ze in het bedrijfsleven niet uit de voeten kunnen.

Studenten brengen heel veel tijd op school door, ook als ze experimenten op locatie uitvoeren. Dit vraagt om meer vierkante meters ruimte, meer laboratoria, meer diversiteit in werkplekken. Kortom: om meer geld. Een mogelijke oplossing hier is om de opdrachten vanuit het bedrijfsleven deels te laten financieren.

Verwerking feedback
Allereerst heb ik een visuele weergave van de SWOT toegevoegd. Daarnaast heb ik bij de strengths de kracht van de docenten als onderzoeker benadrukt en verder uitgewerkt en de rol van medewerkers met een MLI-achtergrond toegevoegd. Bij de opportunities heb ik voorbeelden verdiept. De threats heb ik geannoteerd met een mogelijke oplossingsrichting en de bedenkingen die ik zie voor de docentrol heb ik verplaats naar weaknesses en daar verder uitgebreid: hiermee staan beide zijden van de docentenmedaille bij elkaar bij strengths en weaknesses en is scherper weggezet dat beiden intern gericht zijn. De skills die docenten nodig hebben om met het bedrijfsleven samen te werken zijn andere skills dan die nodig zijn om studenten met een uiteenlopende achtergrond te begeleiden: de skills voor samenwerking met het bedrijfsleven heb ik weggelaten in de gereviseerde versie, omdat het merendeel van de docenten uit het bedrijfsleven komt.
Kortom: Ellen Bedankt :)