zondag 5 maart 2017

Leren doe je samen, op je eigen wijze


Deze blogpost werkt (in eerste concept) het groepsscenario uit voor het kwadrant offline en tailor-made.

Maart 2030, 9:00, Basisschool “De onderste steen”

Quyen (9) en Daan (11) zijn samen aan het werk aan hun project “zwaartekracht”. Gisterenochtend hebben ze allebei informatie gezocht over het onderwerp, die ze gebruikt hebben om een aantal proefjes te bedenken. Deze hebben ze aan het eind van de dag besproken met Juf Bettine, die hen nog tips heeft gegeven voor de uitvoering. Vandaag gaan ze de bedachte proefjes uitvoeren in één van de de TechZalen van school en dit filmen. Met de high-speed camera kunnen ze goed het verschil tussen de verschillende voorwerpen die ze gaan laten vallen, laten zien. Deze opnames gebruiken ze voor de presentatie van hun project aan hun hele groep die ze deze periode in het Spaans geven, omdat Quyen die taal graag beter wil leren. Naast de TechZalen zijn er in het gebouw TalenZalen voor Engels, Spaans, Chinees en Nederlands, BewegingsZalen voor groeps- en individuele sporten en ZingevingsZalen voor christenen, moslims, boeddhisten en pastafarianen. Het gebouw heeft verder diverse algemene ruimtes waar de kinderen kunnen leren en leerkrachten kunnen werken: variërend van grote open ruimtes tot geïsoleerde rustige plekken voor maximaal drie kinderen.
Tegelijkertijd met Quyen en Daan zijn er momenteel nog achttien andere kinderen uit hun groep bezig met het uitvoeren van zelfgekozen projecten. Deze kinderen variëren in leeftijd van ongeveer 8 tot 12 en zitten samen in deze groep omdat ze nieuwsgierig zijn en het fijn vinden zelf dingen te ontdekken en zelf te kiezen waar ze mee bezig zijn. Juf Bettine houdt in het dLP (digitale LeerlingProfiel) bij welke thema’s ze behandeld hebben, let erop dat kinderen met veel verschillende klasgenoten samenwerken, zorgt dat de kinderen worden uitgedaagd om uit hun comfort zone te komen en helpt bij het kiezen van onderwerpen waar kinderen misschien niet meteen zelf aan zouden denken. In het dLP staat van ieder kind beschreven waar de specifieke talenten liggen en beschrijft de ontwikkeling die ze doormaken.

Naast de exploratieve groep van Quyen en Daan zijn er ook groepen met leerlingen die met door de docenten uitgezochte thema’s aan de slag gaan en groepen die juist niet met thema’s werken, maar een vaster programma hebben op basis van een vakgerichte benadering. Deze laatste groep heeft bijvoorbeeld in de ochtend taal- en rekenonderwijs en in de middag zaakvakonderwijs. Uiteraard wordt ook van deze leerlingen een dLP bijgehouden. Het dLP is inzichtelijk voor de ouders/verzorgers van ieder kind. Iedere leerkracht heeft minimaal drie keer per jaar een voortgangsgesprek in met de ouders/verzorgers en het kind. In dit gesprek wordt onder andere gekeken of het kind nog in de juiste groep zit: de verdeling over de groepen is flexibel. Kinderen stappen regelmatig over van de ene naar de andere vorm, omdat een andere vorm beter past bij hun ontwikkeling en behoeften op dat moment. In het voortgangsgesprek wordt onder andere hierover gepraat. Bij kinderen vanaf een jaar of 11 wordt ook besproken of het kind al naar de beroepsschool kan en wil.

Maart 2034, 11:00 Beroepsschool “Ayenva”

Quyen (13) en Daan (15) zitten inmiddels twee jaar op de beroepsschool. Op beroepsscholen zijn twee richtingen te onderscheiden: de hoofdopgeleide en de handopgeleide richting. Deze tweedeling is gemaakt op voorspraak van Nathalie Baartman, die de in 2016 gebruikelijke terminologie van hoogopgeleid en laagopgeleid veroordeelde en daar veel navolging bij vond.

Daan heeft gekozen voor de handopgeleide richting. Op “De onderste steen” heeft hij ontdekt dat hij het leuker vindt om dingen te maken en uit te proberen dan om informatie te zoeken en plannen te maken. Daan heeft het in zijn tweede jaar op de beroepsschool goed naar zijn zin. Hij heeft gewerkt aan verschillende projecten, op verschillende locaties van de school. Momenteel leert hij drie dagen per week op de Avyena-pop-up locatie bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis. De pop-up locaties van beroepsscholen zijn gevestigd in of bij bedrijven en instellingen. Studenten leren er in kleine groepen onder begeleiding van een docent van Avyena. Wat ze leren, brengen ze meteen in de praktijk. De afgelopen week heeft Daan geleerd om patiënten met verschillende aandoeningen in en uit bed te halen. De uitleg vooraf werd gegeven door ervaren verpleegkundigen van het ziekenhuis en daarna oefende  iedereen op verschillende afdelingen. De docent helpt de groep door dagelijks te bespreken wat ze gedaan hebben en de verbanden te zoeken met wat ze al weten. De andere twee dagen per week leert Daan op de vaste Avynea-locatie in Eindhoven. In zijn studiegroep presenteren studenten aan elkaar wat ze de afgelopen week gedaan hebben. Hij vindt het altijd leuk zijn groep weer te zien: de meesten van hen kent hij al twee jaar ondertussen. Wekelijks heeft hij een individueel voortgangsgesprek met zijn studiecoach Dorien. Zij helpt hem te reflecteren, geeft informatie over nieuwe pop-ups en ontwikkelingsmogelijkheden. Deze week heeft hij met Dorien besproken dat hij graag weer een interdisciplinair project wil doen, zoals vorig jaar bij AMSL. Na afloop werkt hij zijn digitale CompetentieProfiel (dCP) bij. Samen met Dorien bepaalt Daan op welke momenten hij welke onderdelen uit zijn dCP laat examineren.

Quyen studeert ook bij “Avynea”, maar heeft gekozen voor de hoofdopgeleide richting. Op “De onderste steen” heeft zij ontdekt dat het leuk vindt om ingewikkelde puzzels op te lossen en graag precies wil weten hoe dingen werken. Quyen is blind en door haar handicap zou een handgericht beroep sowieso lastig zijn, omdat daar bijna altijd oog-handcoördinatie voor nodig is.  In haar eerste jaar op Avyena heeft ze samen met een aantal andere studenten gewerkt aan een handgebarenvertaalprogramma, dat de Engelse gebarentaal met een camera kan lezen en door een avatar kan laten omzetten in de Nederlandse. Deze opdracht was gegeven door het Nederlands Doven Instituut (NDI), waar gedurende een ruim jaar een pop-up locatie gevestigd was. Quyen heeft in door dit project geleerd te programmeren, op basis van de ontwerpen van oudere studenten, haar docent en medewerkers van het NDI. Haar programmeerwerk heeft ze laten succesvol examineren, dus haar programmeerskills zijn toegevoegd aan haar dCP. Samen met haar studiecoach Amir stippelt ze de vervolgstappen uit: ze wil graag eerst nog een andere programmeertaal leren om te ontdekken of ze dat sneller onder de knie krijgt nu ze al ervaring heeft. Daarna wil ze gaan het ontwerpen van grotere programma’s gaan leren, zodat ze over een jaar zelf jongere studenten haar ideeën kan laten programmeren.


Online-Tailor made groep

Het Shaking Event op 10 maart 2017 heeft diepe sporen nagelaten in het onderwijs! Vandaag 10 maart 2030 plukken we nog steeds de vruchten van een kanteling die gezamenlijk tot stand is gekomen. Jan Rotmans, Jef Staes, Sjef Drummen en nog veel meer dwarsdenkers hebben aan de wieg gestaan van 'human based learning'.

Nadat van 2017 tot 2020 exponentiele organisaties als Uber, AirBnB, Spotify, Netflix en Snapchat de macht grepen en zich in het onderwijsland nestelden is de bom in Den Haag gebarsten. In 2016 werd in de voetbalwereld de transfermarkt volledig opengebroken, makelaars moesten geen licentie meer hebben omdat men vermoedde dat er daardoor een transparanter systeem zou ontstaan. Precies hetzelfde besloot de overheid in 2020 ook te doen, de roep van het volk om het afschaffen van alle regelgeving rondom diploma's en leerplicht zijn gehoord waardoor communities zelf zijn gaan bepalen hoe zij de mens centraal wilden zetten in een ontwikkelsysteem. De bekostiging van het gehele online systeem komt voor rekening van de ingestapte bedrijven (global en local).

Wat daarbij opvalt is dat er enkele grote wereldwijde aanbieders zijn ontstaan die de grote massa begeleiden. Daarnaast zijn er een aantal zeer specifieke learning labs ontstaan die in Nederland gesteund worden door oprichters als Wim van der Leegte, Peter Wennink, Toon Gerbrands en een aantal andere vooraanstaande zakenmannen. Zij gebruiken de online labs vooral voor cherry picking ten opzichte van talenten die hun regio of bedrijf vooruit kan helpen.

Centraal staat de ontwikkeling van de mens. Zodra je als lerende toegang krijgt tot het online learning lab krijg je een digitale intake waarbij je zowel lichamelijk als geestelijk helemaal wordt doorgelicht. Tevens worden de randvoorwaarden gecheckt die het mogelijk moeten maken dat jij een online en op maat gesneden traject kunt volgen.
Tijdens een 2 weken durende detox krijg je de mogelijkheid om een aantal challenges aan te gaan. Deze challenges voer je lokaal fysiek uit en je deelt jouw leerervaringen steeds online met jouw leergroep die bestaat uit allerlei mensen met verschillende leeftijden en nationaliteiten.

Vanuit deze challenges ga je samen met jouw learning coach een eerste learning challenge definiëren. Bij al deze challenges staat het ervaren, ontdekken en ontwikkelen van vaardigheden centraal. Leeftijd speelt hierbij geen rol. Van 8 tot 80 jaar heeft de omgeving dagelijks behoefte aan vooral offline vaardigheden die er aan bij dragen dat wij als mensheid de robots voorblijven. De kunstmatige intelligentie heeft ervoor gezorgd dat geavanceerde mensrobots steeds meer en beter worden in het toepassen van 'deep learning'. Het divergeren en convergeren zijn belangrijke skills in relatie met future networking skills. Deze netwerk skills moeten er toe leiden dat jij ongeacht leeftijd en uiterlijk de juiste mensen bij jouw challenge zoekt en vindt.

De kennismaatschappij is steeds verder afgebrokkeld vanaf 2016. Het weten en kennen van feiten is ondergeschikt geraakt aan het belang van leren leren. Coaches die betrokken zijn bij het online learning lab kunnen als hologram verschijnen in jouw fysieke leeromgeving om aanwijzingen te geven. De coach zal je nooit sturen naar het beste resultaat maar steeds dwingen om na te denken over wat je nodig hebt om verder te komen met de challenge. Wanneer je een bepaald level behaald als lerende omtrent het leren leren krijg je de mogelijkheid om zelf ook op te treden als coach.

De online omgeving is er een van mixed reality. Het speelt zich af in een 3D online omgeving waar je als lerende een eigen avatar hebt die in contact staat met de sensoren die je fysiek in jouw lichaam hebt laten plaatsen. Er is een constante verbinding tussen jouw menselijke brein en jouw artificial brein, wanneer je gaat slapen worden beschikbare data overgezet waar het kan naar het kunstmatige brein. Daarnaast is er ook een fysieke omgeving die je kunt betreden wanneer je 'great global solutions' hebt ontwikkeld. In deze fysieke omgeving ontmoet je andere master brains en werk je mee aan het verbeteren van de learning labs en help je bedrijven mee te zoeken naar master talents.
Al deze (leer)activiteiten worden bijgehouden in je eigen online identity en zijn voor alle gebruikers binnen het lab in te zien, daarnaast is er een grote groep betalende clients die de identities gebruiken om talents aan zich te binden.

Momenteel zijn er een aantal issues waar de online learning labs mee worstelen. De persoonsgerichte keuze met betrekking tot het kiezen van challenges zorgt ervoor dat sommige master talents geïsoleerd raken. Omdat de persoonlijke challenge niet aansluit bij wat de global of local challenges zijn worden hun capaciteiten niet afgenomen of voldoende erkend.
Tevens is er een zeer beperkte groep mensen die elkaar fysiek tegenkomt bij het delen van de great global solutions, hierdoor ontstaat er een homogene groep denkers die uiteindelijk ook vastlopen in hun denkrichtingen.






donderdag 23 februari 2017

tbv groepsopdracht


Offline leren met een one size fits all aanbod:

Onderwijs staat al jaren niet meer alleen in het teken van kennisoverdracht. Vanop jonge leeftijd leren kinderen samenwerken in wisselende groepssamenstellingen. Dit ter voorbereiding op de arbeidsmarkt die voortdurend in beweging is en wat het noodzakelijk maakt te beschikken over vaardigheden wat een leven lang leren mogelijk maakt. De trend om kinderen en jongeren alle kansen te bieden binnen het onderwijs en een doorlopende lijn in de beroepskolom te bekomen, ontstond al in 2017 met het voorstel om studenten zonder vmbo-diploma toe te laten tot het mbo. werd  Sinds 2020 is er steeds meer werk gemaakt van het vormgeven van een doorlopende leerlijn voor alle kinderen/leerlingen/studenten. Van peuter tot arbeidsmarkt wordt gewerkt aan het vergaren van vaardigheden welke onontbeerlijk zijn om succesvol de arbeidsmarkt op te gaan en erin mee te bewegen. Kennis is overal beschikbaar, leren gebeurt voortdurend formeel en informeel. Leerkrachten en docenten helpen kinderen vanaf jonge leeftijd bij het ontdekken en verder exploreren van hun talenten en passies. Wanneer een kind 8 jaren algemene basisvorming en algemene kennis heeft aangeboden gekregen, stroomt hij door naar het vervolgonderwijs. In samenwerkingen met gemeenten en bedrijven is een regionaal netwerk opgericht wat het voor de leerling in het vervolgonderwijs mogelijk maakt in verschillende werkvelden te gaan kijken en ervaringen op te doen. Bedrijven welke hieraan meewerken worden hiertoe financieel ondersteund vanuit de overheid, hebben een leslokaal in het bedrijf waarin studenten een standaard programma aangeboden krijgen. Daarnaast krijgen ze praktische opdrachten welke meteen op de werkvloer, of wanneer dit niet mogelijk is, dankzij virtual reality de kans om te ontdekken of eigen interesses, passies en talenten aansluiten op dit werkveld. Op deze werkveldschool geeft een beroepsgericht docent deze ene dag les, hij coacht en begeleidt studenten en biedt vakkennis aan, daarnaast loopt deze docent minimaal 1 maal per jaar zelf een stage binnen het bedrijf om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen. De samenstelling van de groep leerlingen is divers, afhankelijk van de persoonlijke interesses, talenten en passies van de leerling. Er zitten leerlingen van wisselende leerjaren en van wisselende vervolgscholen, samen volgen ze de lessen en voeren ze opdrachten uit. Formatieve toetsing vindt plaats middels feedback van docent en peers. Daarnaast wordt de algemene houding en beroepshouding voortdurend opgevolgd. De volledige ontwikkeling van de leerling neemt hij, inclusief feedback en eigen reflectie, op in een digitaal portfolio. In samenspraak met het bedrijfsleven blijft dit digitale portfolio ook post-initieel steeds up to date en registreren ook werknemers scholing en ontwikkelingen in het portfolio. Bij sollicitaties wordt het document ingezet als CV.
Naast de dag dat deze leerling gedurende steeds een half jaar deelneemt aan een bedrijfsschool, gaat hij 4 dagen naar de vervolgschool waar hij reguliere lessen volgt, afhankelijk van zijn niveau. Naast de standaard kennis welke hier aangeboden wordt, staan leraren hier stil bij het leren van elkaars ervaringen in de werkveldschool. Leerlingen verzorgen presentaties over wat ze leerden in de bedrijfsschool en kunnen elkaar op die manier niet alleen informeren, maar ook leren van elkaars ervaringen. Op deze wijze ontdekken studenten in de 4 a 5 jaar waarin deze periode duurt welk werkveld hen het meeste aanspreekt. Nadat de leerling verschillende werkvelden heeft ontdekt maakt hij een meer gerichtere keuze en treedt als student de beroepsopleiding binnen. Op deze beroepsopleiding krijgen studenten dezelfde vakkennis aangeboden maar worden opdrachten en projecten dusdanig ingericht dat studenten tegelijk kunnen werken aan persoonlijke leerdoelen. Binnen alle onderwijsinstellingen wordt in doorlopende lijn ingehaakt op wat kinderen, leerlingen en studenten reeds kennen en laten hen zelfsturend nieuwe kennis daarop voortbouwen, soms samenwerkend, soms individueel. Gedurende de gehele periode wordt feedback gegeven, deze maakt het mogelijk om studenten voor te bereiden op de summatieve toetsing. Deze vindt plaats middels proeve van bekwaamheid in de werkveldschool, beslaat een langere periodes en kent verschillende beoordelaars.




zondag 19 februari 2017

QUEST 2

TO DO!
à Backcasting verwerken. Hoe heb ik dit ingezet om te komen tot de geschetste scenario’s?
à Bronnen verwerken in scenario’s. Visualisatie toevoegen. 
à Visualisatie toevoegen. 
à Bronnen toevoegen.

















1. DE DIGISCHOOL WAAR JIJ HET ONLINE AANBOD VOLGT 

SCENARIOBESCHRIJVING
Maandagochtend half negen. Fenne logt in op haar laptop. Ze heeft net ontbeten en zit aan haar bureau. De dag begint zoals altijd met een groepsgesprek via Skype. De leerkracht legt tijdens dit gesprek uit wat het dagprogramma gaat zijn voor de kinderen in haar klas. In het digitale systeem zijn diverse instructiefilmpjes terug te vinden. Fenne bekijkt deze zelfstandig en verwerkt vervolgens de lesstof digitaal. Het systeem kan haar direct van feedback voorzien. De differentiatie is beperkt, het aanbod staat vast. Wanneer dit niet voldoende is, worden ontwikkelgesprekken met de leerkracht ingezet om achterstanden te beperken of voorkomen. 

KENMERKEN
-       Vast onderwijsaanbod
-       Beperkte differentiatie
-       Digitale leerkrachten / instructiefilmpjes
-       Vanuit thuis te volgen
-       Tijd staat vast
-       Skype groepen
-       Online verwerking
-       Directe digitale feedback

MAATSCHAPPELIJKE OPDRACHT    
De digischool voelt zich verantwoordelijk om mee te gaan met de digitalisering van de maatschappij. Het traditionele schoolgebouw heeft plaatsgemaakt voor een digitale leeromgeving. Nieuwe media worden ingezet om het gemaakte werk te corrigeren en de leerling zo snel mogelijk van digitale feedback te voorzien.

BACKCASTING
Under construction.


2. DE DIGISCHOOL DIE MEET WAT JIJ WEET

SCENARIOBESCHRIJVING
Maandagochtend half acht. Fenne is al wakker. Ze heeft haar boterhammen gesmeerd en start haar laptop op. Terwijl ze haar boterhammen opeet, logt ze in op haar computer en start ze een Skype gesprek met haar lesstofcoach. Gisteren had ze moeite  met de breuken, daarom wil ze een extra instructiemoment inplannen, zodat ze zich in dit leerdoel kan verbeteren. Wanneer dit gelukt is gaat ze aan de slag met de overige lesstof. Wanneer Fenne aan de leerdoelen werkt waarin ze zich verder wil ontwikkelen, meet de software zorgvuldig haar resultaten. Het niveau van de aangeboden opgaven wordt hier continu op aangepast. Fenne bepaalt zelf wanneer en hoe lang ze pauze neemt, door zelf uit te loggen. Haar leerresultaten worden gevolgd door haar leerlingbegeleider. Deze persoon neemt via Skype contact met haar op wanneer er bijzonderheden zijn. Dit kan ook op Fenne’s initiatief plaatsvinden. Ook kan Fenne terecht bij een ICT’er of lesstofcoach indien ze vastloopt.

KENMERKEN
-       Online leeromgeving
-       Aanbod stemt zich af op het niveau van de leerling
-       Adaptieve software
-       Leerling bepaalt tijd
-       Leerling bepaalt uren en pauzes
-       Geen fysiek gebouw
-       Online leerlingbegeleiders / lesstofcoach / ict’er

MAATSCHAPPELIJKE OPDRACHT    
De digischool voelt zich verantwoordelijk om mee te gaan met de digitalisering van de maatschappij. Het traditionele schoolgebouw heeft plaatsgemaakt voor een digitale leeromgeving. Nieuwe media worden ingezet om de leerresultaten van leerlingen zo goed mogelijk te volgen en het lesstofaanbod hierop aan te passen.

BACKCASTING
Under construction.


3. DE BASISSCHOOL WAAR JIJ MISSCHIEN WEL OP PAST

SCENARIOBESCHRIJVING
Maandagochtend tien voor half negen. Fenne wordt door haar moeder afgezet bij school. Om kwart over drie is de school weer uit. Ze start de dag in de kring in haar eigen klas. Deze klas bestaat uit 25 leerlingen van dezelfde leeftijd als Fenne. Samen volgen ze het lesprogramma dat wordt aangeboden door de leerkracht. Fenne werkt regelmatig zelfstandig, maar ook vaak samen met klasgenoten aan de opgegeven opdrachten. Er is veel aandacht voor normen en waarden en er ligt een sterke focus op burgerschapsonderwijs. In de lesstof wordt gedifferentieerd op drie niveaus: zon, maan en ster. Wanneer leerlingen hier buiten lijken te vallen, is doubleren of een leerjaar overslaan een mogelijkheid. Wanneer ook dit geen uitkomst biedt, kan doorverwijzing plaatsvinden naar het speciaal basisonderwijs.

KENMERKEN
-       Kinderen volgen onderwijs in een schoolgebouw
-       Vaste lestijden
-       Vast onderwijsaanbod
-       Burgerschapsonderwijs
-       Differentiatie op 3 niveaus binnen het klaslokaal
-       Leerjaargroepen
-       Doublure of leerjaar overslaan indien leerlingen niet voldoende hebben aan de aangebrachte differentiatie
-       Doorverwijzing naar speciaal onderwijs indien leerlingen te veel afwijken van de standaard

MAATSCHAPPELIJKE OPDRACHT    
De basisschool voelt zich verantwoordelijk voor het bieden van een sociaal anker aan de leerlingen. Er is veel aandacht voor het aanleren van sociale- en culturele vaardigheden. Het fysieke en intensieve contact met leerkracht en medeleerlingen biedt kansen om individualisering binnen de huidige maatschappij te voorkomen.

BACKCASTING
Under construction.


4. DE BASISSCHOOL DIE PAST ALS EEN JAS

SCENARIOBESCHRIJVING
Maandagochtend tien voor half negen. Fenne wordt door haar moeder afgezet bij school. Om vijf uur zal ze op dezelfde plek weer worden opgehaald. Wanneer de bel gaat, verzamelen de kinderen van Fenne’s leergroep zich in één van de spreekkamers in school. Haar leergroep bestaat uit een klein aantal kinderen, van verschillende leeftijden maar met ongeveer vergelijkbare capaciteiten. Iedere leerling start met het opstellen van een individuele dagplanning. Waar ga je aan werken? Hoe deel je je tijd in? Wanneer ga je ontspannen? Op welke tijdstippen heb je de leerkracht nodig voor instructie of feedback? Fenne heeft veel zeggenschap over deze indeling. De leerkracht kijkt over haar schouder mee en biedt hulp wanneer nodig. De school biedt meer dan alleen onderwijs. Tussendoor is er ruimte voor sport en spel of vrijetijdsactiviteiten. Ook afspraken met een logopediste, GGD of dyslexietrainer, kunnen binnen hetzelfde gebouw plaatsvinden. Het gebouw heeft multifunctionele en flexibel in te richten ruimten. Speciaal basisonderwijs bestaat niet binnen dit scenario. Er is sprake van inclusief onderwijs in de meest brede zin van het woord. Het aanbod van de school past zich aan aan de behoeften van de leerling populatie.

KENMERKEN
-       Kinderen volgen onderwijs in een schoolgebouw
-       Aanbod is sterk afgestemd op de individuele leerbehoeften van leerlingen
-       Leerlingen werken aan zelf gekozen leerdoelen, eventueel in overleg met de groepsleerkracht  
-       Eigenaarschap en autonomie
-       Leerling heeft in hoge mate zeggenschap over het lesstofaanbod
-       Leerling plant zelf instructie-, verwerkings- en ontspanningsmomenten in
-       Aanbod van zowel onderwijs, sport en spel
-       Kleine leergroepen
-       SBO bestaat niet, inclusief onderwijs


MAATSCHAPPELIJKE OPDRACHT    
Deze school verzorgd inclusief en passend onderwijs in de breedste zin van het woord. De maatschappelijke taak van deze school is om zo veel mogelijk tegemoet te komen aan de pedagogische- als didactische behoeften van iedere individuele leerling. Professioneel omgaan met verschillen en het werken met ontwikkelingsperspectieven staat hierbij centraal.

BACKCASTING
Under construction.








BRONVERMELDING

Blok, H., Ledoux, G., & Roeleveld, J. (2015). Opbrengstgericht werken in het primair onderwijs: een effectieve weg naar onderwijsverbetering? Pedagogische Studiën, 92, 167-178.

Deunk, M.I., Maslowski, R., Kuijk, M.F. van, & Doolaard, S. (2015). Scholen in verandering. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen, GION.

Jorritsma, E. (2016) 90 kinderen in een les? Soms kan dat prima. Interview met Richard de Boef. NRC Handelsblad, p. 7.

Mooij, T. (2016, 29 september). Hoogbegaafde leerlingen in school: van gedwongen onderpresteren naar ‘Optimaliserend Onderwijs’. Invited keynote landelijke congres ‘Hoogbegaafdheid’ van het ‘Euregionaal Congresburo’, Hotel Pullman Cocagne, Eindhoven, Nederland.

Mooij, T. (2016). Onderwijsdifferentiatie en leerlingproblemen in Nederland, 1916-2015: Review van probleemanalyses, onderzoeken en effecten van beleidsmaatregelen. Mens en Maatschappij, 91(3), 235-269.

Nuy, M.J.G. (1981). Interne differentiatie. Over het ontwerpen van geïndividualiseerde onderwijsarrangementen. Dissertatie. Katholieke Hogeschool Tilburg, Tilburg.

Reezigt, G., Swanborn, M., & Vreeburg, B. (2013). Verschillen tussen scholen op het gebied van zittenblijven. Pedagogische Studiën, 90, 31-44.

Smeets, E.F.L., & Rispens, J. (2008). Op zoek naar passend onderwijs. Overzichtsstudie van de samenhang tussen regulier en speciaal (basis)onderwijs. Nijmegen: Radboud Universiteit, ITS

Vuuren, D. van, & Wiel, K. van der (2015). Zittenblijven in het primair en voortgezet onderwijs. Den Haag: Centraal Planbureau.


Woud, L. van der, & Beliaeva, T. (2015). Rapportage onderzoek passend onderwijs. Utrecht: DUO Onderwijsonderzoek.