zaterdag 18 februari 2017

Quest 2 individueel

Quest 2 - aangepaste versie na feedback Sarah en peer Edwin




16-03-2017 werd dit stuk na feedback van Sarah en Edwin bijgewerkt


Inleiding


Als team Sarahs Devils hebben we gekozen om met onderstaand scenariosjabloon te werken. De beschreven  extremen in het sjabloon leiden naar 4 verschillende scenario’s welke betrekking hebben op volgende drijvende krachten:

-        -   Leren online versus leren offline

-         -  Aanbod wat all fits versus tailermade aanbod.






Drijvende krachten – onderliggende trends

Deze drijvende krachten komen voort vanuit maatschappelijke trends als globaliseren, digitalisering/ medialisering en individualisering (Rubens, 2016). Deze trends worden sinds enkele decennia zichtbaar door bijvoorbeeld het inmiddels vaak wereldwijde speelveld van bedrijven (Oskam, 2009). Er wordt getimmerd aan de weg naar individuele leerpaden (Den Ouden, Valkenburg & Den Brok; 2014) terwijl anderzijds uitsluitend kennis en expertise hebben van een eigen vakgebied nu al niet meer voldoende is. Het is noodzakelijk om daarnaast te beschikken over bijvoorbeeld samenwerkingsvaardigheden om interdisciplinair succesvol werken mogelijk te maken (Oskam, 2009). Benammer et al. (2006) beschrijven hetzelfde belang van samenwerkend leren, dit maakt het mogelijk om te leren van elkaars voorkennis en vaardigheden als het uitstellen van eigen mening, kritisch denken en vragen stellen en het voeren van dialogen mogelijk.

Maatschappelijke opdracht

De vraag is welke kant het op zal gaan met het onderwijs als gevolg van al deze trends waarbij schoolinstellingen de maatschappelijke opdracht hebben en houden om leerlingen en studenten de vaardigheden aan te leren die zij nodig hebben zodat zij voorbereid worden op de veranderende wereld (MBO raad, 2015; OESO, 2012; de Onderwijsraad, 2014; Rotmans, 2014).

Gebruikte methode

In onderstaande blog zal ik voor mijn sector, het middelbaar beroepsonderwijs, vanuit deze drijvende krachten vier scenario’s uitwerken door gebruik te maken van backcasting. Hierbij zal ik terug redeneren vanuit een toekomstbeeld voor het jaar 2030 per kwadrant. Binnen de scenario’s zal er vanuit gegaan worden dat het middelbaar beroepsonderwijs ook dan nog rechtstreeks opleidt voor de arbeidsmarkt. De scenario’s worden uitgewerkt vanuit een bepaalde context welke ik eerst zal beschrijven.

De context: het middelbaar onderwijs anno 2030
De drie aanbevelingen van de Onderwijsraad (2015) zijn in de periode 2015-2021 langzaam doorgevoerd in het middelbaar beroepsonderwijs: 
1. Inmiddels werken onderwijs, gemeente en arbeidsmarkt intensief samen om versnippering aanbod, organisatie en financiering te voorkomen. 
2. Het onderwijs heeft al sinds de eeuwwisseling aandacht voor loopbaanontwikkeling, nu is dit expliciete doel (het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid bij studenten en het aanleren van vaardigheden welke een leven lang leren mogelijk maakt), niet meer weg te denken uit het onderwijs. 
3. Dankzij het instellen van een persoonlijk post-initieel scholingsbudget in 2019 kunnen studenten na afronding van de initiële mbo-opleiding een leven lang blijven leren. Het mbo biedt daartoe de mogelijkheid aan alle post-mbo studenten om deel te nemen aan keuzedelen.

In 2015 werd deze keuzedeelverplichting toegevoegd aan de kwalificatiedossiers (herziening mbo, 2015). Het invoeren van deze verplichting had tot doel om flexibel in te spelen op voortdurende ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de wensen van de regio. Keuzedelen omvatten leerinhouden welke als verbredend of verdiepend op de kwalificatie bedoeld zijn en welke flexibel aangepast kunnen worden aan wensen vanaf de arbeidsmarkt. Studenten krijgen hiermee de kans zich te profileren en hun persoonlijke interesses verder uit te diepen.

Input voor de scenario's werd mede verzorgt door derdejaars studenten van de opleiding Onderwijsassistent en een collega docent tijdens een bijeenkomst 'divergent denken'. (Opdrachtbeschrijving opgenomen als bijlage onder de gebruikte literatuur).


Scenario’s voor de toekomst van 2030

Scenario 1

OUR SHARED CLOUD
Online leeromgeving + 1 size fits all

De mogelijkheden binnen het online leren zijn in de laatste decennia sterk gegroeid (Rubens, 2016). Reeds jaren bestaat de mogelijkheid om niet tijd- en plaatsgebonden te leren met behulp van mobiele apparaten (den Ouden, Valkenburg & den Brok, 2014). Sinds een tiental jaar zijn alle online leeromgevingen volledig gericht op persoonlijke leervoorkeuren van studenten. Dit betekent concreet dat binnen de online leeromgevingen leervoorkeuren en stijlen van de studenten herkend worden. Studenten krijgen afhankelijk van deze voorkeuren en stijlen inhoudelijk gestandaardiseerd digitaal leermateriaal aangeboden. De inhoud van het leermateriaal is afhankelijk van het kwalificatiedossier waarbinnen zij opgeleid worden. Een student die graag luistert, krijgt via Podcast dezelfde informatie aangeboden als een student die liever kijkt en luistert via een webinar. 
Naast dit gestandaardiseerde aanbod per kwalificatie bestaat er een breed toegankelijk aanbod van keuzedelen waaraan studenten maar ook elke werknemer van de gemeente kan deelnemen en deze laatste zijn persoonlijk leerbudget voor kan inzetten. Inloggen in de leeromgeving maakt dat je op dat moment lid bent van de learning community. Deze learning community lijkt op het bekende ‘community of learners’ model van Brown (1994) maar is wel degelijk anders daar het leren niet binnen een schoolgebouw plaatsvindt maar online. Het is 24/7 mogelijk om contact te hebben met anderen die ook ingelogd zijn, elkaar feedback te geven, vragen te stellen etc. De vakinhoudelijke en beroepsgerelateerde kennis wordt dankzij learning analytics en big data gemonitord door een coach.
Deze coach kan verrijkende just-in-time informatie aan de student doen toekomen, afhankelijk van de data-analyse en de vragen van de student. Vaardigheden kunnen virtueel geoefend worden. De laatste jaren zijn de materialen om letterlijk ‘in de virtuele wereld te stappen’ nog verder door ontwikkeld (den Ouden, Valkenburg & den Brok, 2014). Studenten oefenen specifieke vaardigheden dankzij geavanceerde brillen en realistische beroepscontexten. Binnen de community ontmoeten studenten, werknemers en coaches elkaar tijdens georganiseerde video-meetings. Doel van deze meetings is het leren van elkaars tacit knowledge (Benammer, et al., 2006) en het uitbouwen van bestaande kennis door samen te werken aan het oplossen van een centraal gesteld authentieke beroepsprobleem. Hierbij leren studenten thinkings skills denken en in teams samenwerken (den Ouden, Valkenburg & den Brok, 2014).

Scenario 2

OUR SHARED SCHOOL
Offline leeromgeving + 1 size fits all


Een mens is een kuddedier, heeft nood aan sociaal contact en samenzijn. Begin van deze eeuw werd cocooning al een trend, maar nadat Nederland zich in 2022 terugtrok uit de EU, de gulden terug kwam, ontstond de bekende financiële crisis welke aanhield tot 2026. Hippe bedrijven gingen failliet, de maatschappij ontwikkelde zich tot een ‘vakkennis’maatschappij, daar technologische ontwikkelingen volledig afzwakten. Internet, multimedia en computers verdwijnen naar de achtergrond, vakkennis en vakvaardigheden werden weer belangrijk en gewenst door de arbeidsmarkt. Mensen hielden geen geld over voor dure devices en het onderwijs wordt vanaf dat moment volledig binnen scholen verzorgd, het leren gebeurd weer in de scholen. Al sinds de vorige eeuw is bekend dat het gevoel van ergens bij horen (sense of belonging) en persoonlijke relaties een positieve bijdrage levert aan persoonlijke groei en ontwikkeling van studenten (Deci & Ryan, 2002). Dankzij alle ontwikkelingen werd samen leren nu hotter dan ooit; studenten kiezen een opleiding waarbij ze klaargestoomd worden voor het beroep, ze worden ingedeeld op basis van talenten, persoonlijke leervoorkeuren en interesses. Een samengestelde leergroep bestaat uit maximaal 8 studenten en wordt gekoppeld aan een leercoach. Studenten werken binnen de leergroep, het nieuwe sociale netwerk, intensief samen aan complexe beroepsgerichte opdrachten, delen kennis en ervaringen, bedenken oplossingen voor realistische vraagstukken en krijgen vakkennis aangeleverd door de leercoach. De leercoach begeleidt de studenten in het samenwerkingsproces, voorziet hen van up to date vakkennis en is facilitator van het groepsproces. Om zijn eigen kennis bij te houden loopt de leercoach een aantal malen per jaar een verplichte bedrijfsstage (MBO Raad, 2015). Het samen leren en samen ontwikkelen maakt het mogelijk om elkaar voortdurend van feedback, feed-up en feed-forward te voorzien (Hattie & Timperley, 2007)

Scenario 3

CO-CREATIVE IN THE CLOUD
Online leeromgeving + tailormade

Leren gebeurt overal en altijd en zowel formeel als informeel, leren is maatwerk geworden waarbij de student aan zelf aan zet en verantwoordelijk is. ROC’s sloten sinds 2021 steeds vaker hun schoolgebouwen, noch studenten noch docenten waren erin aanwezig. De door Biesta (2014) genoemde de-schooling is ingezet en volledig doorgetrokken. De ontbundeling van het onderwijs is sinds 2020 hard gegaan. Al jaren geleden bestond de mogelijkheid om te leren via massive online open courses (MOOC’s) wat er toe leidde dat sinds 2020 studenten inloggen in de algemene digitale leeromgeving van de Nederlandse Opleidingsbank. Hierbinnen bewandelen zij hun eigen leerpad. Specifieke kwalificaties zijn verdwenen, de student leert niet langer voor een specifiek beroep, niet langer op een bepaald niveau, maar leert dat waar zijn interesses naar uitgaan en dat wat zijn toekomstig werkgever van hem vraagt. Waar in 2015 al een herziening van de kwalificatiestructuur (herziening MBO, 2015) plaats vond wat er toe leidde dat studenten breder en algemener werden opgeleid, is deze nu compleet verdwenen. Onderwijsinhouden worden volledig modulair aangeboden, de student bepaalt zelf welke hij volgt en hoe lang hij er over doet voor hij deze weer afsluit. In de leeromgeving kan hij dankzij de moderne technologie optimaal leren. De leeromgeving is namelijk volledig op maat van de student ingericht en past zich volledig aan aan de wensen van de specifieke gebruiker. Binnen de leeromgeving kan een student de nodige experts raadplegen. Waar ooit in traditioneel onderwijs een docent slechts kennis overdroeg frontaal voor de klas, speelt de expert-docent nu in op de vragen van studenten, voorziet hem van gepaste uitdagingen die aansluiten op de talenten en passies van de student en geeft hem just-in-time informatie. Studenten verwerven culturele en sociale competenties zoals zelfsturing, flexibiliteit, vaardig in het opbouwen en onderhouden van (sociale en professionele) netwerken binnen de online leeromgeving (Ten Dam, Volman, Westerbeek, Wolfram & Ledoux, 2003; Onstenk, 2003). Ze vormen co-creatieve leerteams waarbij ze zelf verantwoordelijk zijn voor eigen persoonlijke groei en het omzetten van gekregen peer-feedback naar gedrag. De rol van de docent is veranderd naar het faciliteren van leerprocessen van studenten.


Scenario 4

CO-CREATIVE IN THE SCHOOL
Offline leeromgeving + tailormade
  
Het onderwijs en de arbeidsmarkt zijn vervlochten met elkaar (den Ouden, Valkenburg & den Brok, 2014). Leerprocessen van studenten zijn nadrukkelijk verbonden met stages op een werkplek. Vanaf de jaren 2020 zette de trend van werkplekleren zich compleet door en ontstond de situatie dat studenten specifieke vakkennis en vaardigheden leerden in de praktijk. Een belangrijk deel van het leren is hierdoor verschoven naar de samenleving en de toekomstige arbeidsmarkt. De student leert hier dankzij flexibel aangepaste keuzedelen alle kennis en vaardigheden op de werkplek van zijn eigen keuze.  Deze ontwikkeling maakt dat binnen de ROC’s de volledige aandacht kan uitgaan naar het aanleren van  vaardigheden welke een leven lang leren mogelijk maakt. Er worden steeds meer ‘nieuwe scholen’ opgericht. De missie en visie van deze scholen sluiten aan bij wat Littky in 2004 al beschreef als ‘big picture’ scholen. Het onderwijs op school is volledig persoonlijk en ontwikkelingsgericht, geënt op persoonlijke groei. Studenten leren vaardigheden welke voorwaardelijk zijn om middels projecten op de werkplek betekenisvol en authentiek te leren. Voortgang en ontwikkeling wordt gemonitord via een werkplekleren-supervisor en een docent.
Het onderwijs op school heeft tot doel om studenten te leren inzetten op eigen talenten en vaardigheden bij te brengen als all-century skills, interdisciplinair samenwerken, zelfredzaamheid en zelfsturing. Studenten krijgen de kans om hun eigen docent te kiezen, of wanneer hij voldoende bij deze persoon heeft geleerd, te wisselen van docent. De docent heeft gedurende het leerproces de rol van persoonlijk adviseur. Hij heeft een vertrouwensrelatie met zijn student wat essentieel is bij het aanboren van de echte talenten. De docent begeleidt het uitwisselen van ervaringen tussen kleine groepen van zijn studenten, steeds rekening houdend met elk individu. Daarnaast geven de studenten presentaties aan elkaar over behaalde leerresultaten dankzij projecten op de werkplek. Deze worden in samenspraak met de docent voorbereid wat deze laatste in staat stelt om de student te ondersteunen bij het komen tot nieuwe inzichten en hem de gelegenheid geeft onjuistheden te corrigeren. Deze presentaties maken het voor de docent tevens mogelijk het leerproces en de leervorderingen van de student te evalueren.

  

Literatuurlijst

Benammer, K., Snoek, M., Dale, L., Juis, N., Meeder, S., Poortinga, J., ... & Schwab, H. (2006). Leren met toekomstscenario’s: scenarioleren voor het hoger onderwijs.

Biesta, G. (2014). The beautiful risk of education. Boulder, Co: Paradigm Publishers 

Brown, A. (1994). The advancement of learning. Educational Researcher, 28(8), 4-12.
Dam, G. ten, Volman, M., Westerbeek, K., Wolfram, P. & Ledoux, G., m.m.v. Peschar, J. (2003).Sociale competentie langs de meetlat. Den Haag: Transferpunt Onderwijsachterstanden.
Deci, E.L. & R.M. Ryan (eds.) (2002). Handbook of Self-Determination Research.
New York: University of Rochester Press.

Den Ouden, E., Valkenburg, R., & den Brok, P. (2014). Leren in Eindhoven 2030: Visie en Roadmap
voor de toekomst van educatie. Eindhoven: LightHouse. Geraadpleegd 4 februari 2016: http://www.il-lighthouse.nl/Images/ VisieRoadmapLerenEindhoven2030HR.pdf

Hattie, J., & Timperley, H. (2007). The power of feedback. Review of educational research, 77(1), 81-112.

Herziening MBO (z.d.). Herziening – wat is het? Geraadpleegd op 18 februari 2017, van             http://www.herzieningmbo.nl/de-herziening/inhoud/

Littky, D. (2004). The BIG Picture. Education is everyone’s business. Alexandria: ASCD.
MBO raad (2015). Het mbo in 2025, manifest voor de toekomst van het middelbaar beroepsonderwijs. Woerden: MBO raad.

OESO (2012). Better Skills, Better Jobs, Better Lives: A Strategic Approach to Skills Policies.
 Paris: OECD Publishing.

Onderwijsraad (2014). Een eigentijds curriculum. Advies. Den Haag: Onderwijsraad.

Onstenk, J. (2003). Werkplekleren in de beroepsonderwijskolom. Naar een integratie van binnenen
buitenschools leren. Den Haag: Onderwijsraad.

Oskam, L. F. (2009). T-shaped Engineers for interdisciplinary Innovation: an attractive Perspective for young People as well as a Must for innovative Organizsations, englische Übersetzung von Oskam, IF, Op weg naar innovatiekracht; technisch innoveren en ondernemen als systematisch activiteit, public lecture given on 11 March 2009. Amsterdam: HvA publications (2009). Retrieved November, 22, 2011.

Rotmans, J. (2014). Verandering van tijdperk: Nederland kantelt. E. van Brummelen (Ed.).
Æneas, uitgeverij van vakinformatie bv.

Rubens, W. (2016) Trendrapport SURFnet, hoe technologische trends onderwijs op maat mogelijk maken

Bijlage 1

Opdracht studenten Onderwijsassistent


    Doel: Divergent denken/brainstormtechnieken/creatief denken. 
    Wijze: viertallen bedenken over hoe mbo-onderwijs in 2030 eruit zal zien

       2 assen met uitersten op flap:
-          ene as: het onderwijs is volledig online (geen schoolgebouw meer) versus offline, het onderwijs gebeurt nog wel op een locatie, maar locatie etc kan er heel anders uitzien en hoe dan?
-          Andere as: het aanbod (online of offline) is voor iedereen hetzelfde of is gemaakt op maat van elke student (en hoe ziet dat er dan uit?). 
      
    Hulpkaartjes per groep, denk na over bijvoorbeeld: 
    Leerdoelen, leeractiviteiten, docentrol, bronnen en materialen, groeperingsvorming, leeromgeving, tijd, toetsing 
     Elk groepje krijgt een kwadrant, gaat redeneren en fantaseren en schrijft zaken op. Dan 3x doorschuiven, elkaar aanvullen, nieuwe ideeen (4 extra flaps dus nodig ja). 
     Afsluiting: plenaire terugkoppeling










vrijdag 17 februari 2017

De volle verschoven werkweek

One size fits all – offline

De volle verschoven werkweek

Maandag 30 augustus 2032, 9:03

Anna stapt in de bus. Ze moet om 10:15 op school zijn, voor de start van haar nieuwe studie, de hbo-opleiding chemie. De komende jaren zal ze 48 weken lang vijf dagen per week deze bus pakken, om aan het einde van de dag met de bus die om 20:48 bij de halte is weer -bijna- thuis te zijn. Om 10:03 loopt Anna onwennig de collegezaal binnen om een plekje te zoeken. Om 10:15 start Edwin Melis het introductiecollege door alle nieuwe studenten welkom te heten. Hij legt onder andere uit dat ze straks in klassen van 24 studenten worden ingedeeld en dat iedere klas uit drie werkgroepen bestaat. Iedere klas krijgt zijn eigen leslokaal, waar de theorievakken gegeven worden en waar aan verschillende opdrachten gewerkt wordt. Het is uiteraard verplicht iedere dag van 10:15 tot 19:15 op school te zijn, omdat het in het werkveld ook gebruikelijk is om al het werk op het werk te doen. Deze tijden zijn enerzijds gekozen om beter aan te sluiten bij het bioritme van adolescenten, waardoor betere leerprestaties mogelijk worden (Cole, 2016). Anderzijds wordt er door deze verschuiving ten opzichte van reguliere werktijden effectiever gebruikt gemaakt van de openbaar vervoersfaciliteiten in Nederland. Een eerste oproep tot deze spreiding werd in 2016 gedaan door de toenmalige directeur van de Nederlandse Spoorwegen (http://www.nu.nl/binnenland/4137241/ns-wil-scholen-lestijden-spreiden-plek-in-trein.html). De lessen vinden plaats in blokken van anderhalf uur voor de theorie en blokken van drie uur voor de practica in de diverse laboratoria. Iedere dag is er een blok van anderhalf uur ingepland voor sportactiviteiten, omdat sporten helpt om beter te kunnen leren (Hillman, Erickson, & Kramer, 2008).  Drie maal per jaar zijn er theorie-examens voor alle studenten tegelijk: deze worden afgenomen in de Jaarbeurs in Utrecht. Een voldoende betekent dat je door mag naar het volgende blok, een onvoldoende betekent dat je opnieuw moet beginnen met het blok. “Denk hier niet te licht over” maant Edwin,  “Two strike is out: als je voor de tweede keer een blok mist, krijg je een negatief bindend studieadvies en moet je stoppen met je studie”. Ook de praktijk wordt getoetst: ieder jaar wordt afgesloten met een praktijkdriedaagse, waarin de basisvaardigheden van dat jaar worden getoetst. De examinatoren zijn docenten van andere chemie-opleidingen in Nederland. “Je moet bijvoorbeeld laten zien dat je in staat bent om een nauwkeurige verdunningsreeks te maken” licht Edwin toe. De praktijkdriedaagse is voorwaardelijk om door te mogen naar het volgende studiejaar. Aan het eind van de zomervakantie is er de mogelijkheid te herkansen. Na die drie jaar theorie- en praktijkonderwijs loopt iedereen een half jaar stage in het buitenland en voert in Nederland een afstudeeronderzoek uit. Voor iedereen naar zijn eigen klaslokaal gaat om daar kennis te maken, sluit Edwin het introductiecollege af: “Ik zag nu nog een aantal studenten een laptop of tablet gebruiken. Vanaf morgen kunnen jullie deze thuis laten. In ieder leslokaal staan een aantal computers aan de randen. Deze worden gebruikt om informatie op te zoeken en om verslagen te typen. Aantekeningen in de lessen worden gemaakt met pen en papier, omdat op deze manier de informatie veel beter beklijft” (Mueller & Oppenheimer, 2014).

Cole, J. S. (2016). Do later wake times and increased sleep duration of 12th graders result in more studying, higher grades, and improved SAT/ACT test scores? Sleep & Breathing = Schlaf & Atmung, 20(3), 1053-1057.
Hillman, C. H., Erickson, K. I., & Kramer, A. F. (2008). Be smart, exercise your heart: Exercise effects on brain and cognition. Nature Reviews.Neuroscience, 9(1), 58-65.

Mueller, P. A., & Oppenheimer, D. M. (2014). The pen is mightier than the keyboard: Advantages of longhand over laptop note taking. Psychological Science (0956-7976), 25(6), 1159-1168.

woensdag 15 februari 2017

Toekomstscenario voor het hbo onderwijs 2030


De huidige exponentiele groei van technologische mogelijkheden beïnvloeden de manier waarop we leren, werken en leven. Hoogleraar Jan Rotmans haalt in zijn lezingen vaak aan dat we niet leven in een tijdperk van veranderingen, maar in een verandering van tijdperk. In dit toekomstscenario staat de trend ‘technologische ontwikkelingen’ centraal. In de vier kwadranten wordt beschreven wat de invloed van technologische ontwikkelingen in de toekomst kan betekenen voor het hoger beroepsonderwijs. Ieder kwadrant wordt uitgewerkt aan de hand van de topics: onderwijsvorm, onderwijsinhoud, de economische maatschappelijke ontwikkelingen.

De maatschappelijke opdracht die het hoger beroepsonderwijs vervult staat centraal bij het uitwerken van de kwadranten. Daar waar het hoger onderwijs altijd heeft opgeleid voor afgebakende banen treedt er nu (2017) een verandering op, steeds meer banen in het middensegment verdwijnen (Rubens, 2016). De taak van het hoger beroepsonderwijs is om mensen te leren omgaan met onzekerheden, risico’s en een leven lang leren. Daarnaast wordt er gesteld dat het onderwijs bijdraagt aan het afleveren van bewuste burgers die gedurende hun leven bijdragen aan ene betere wereld/maatschappij (hbo2025, 2015).

De technologische trend is vertaald naar de twee extremen: online en offline. Daarnaast worden de extremen ‘one size fits all & tailor made’ in relatie tot onderwijsaanbod tegenover elkaar gezet. In eerste instantie lijken deze extremen erg voor de hand liggend en niet erg disruptief. Echter ben ik van mening dat het hoger beroepsonderwijs de komende jaren binnen deze extremen een disruptieve metamorfose zal ondergaan in de vormen van onderwijsaanbod om te kunnen voldoen aan de dynamische arbeidsmarkt en maatschappij.


Context

Momenteel (2030) is er slechts een selecte groep mensen die betaald voor hbo onderwijs. Dit heeft te maken met economische en maatschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen 15 jaar. De beslissing om in 2016 de basisbeurs af te schaffen voor studenten heeft twee ingrijpende uitkomsten in de hand gewerkt. De eerste is dat afgestuurde studenten relatief verouderde curricula hadden doorgewerkt waardoor zij uiteindelijk met een relatief ‘ongewild’ diploma op de markt terecht kwamen. Doordat in hun studietijd de banen en de daarbij behorende competentie-set disruptief veranderden betraden zij met een behoorlijke studieschuld de arbeidsmarkt zonder daar een baan te kunnen vinden. De tweede uitkomst is dat zittend personeel vanaf 2016 geen gebruik heeft gemaakt van de onderwijsprogramma’s die hogescholen aanboden. Dit omdat hun werkgever deze programma’s niet vond aansluiten op de snel veranderende behoefte en zij relatief duur waren in vergelijking met het andere aanbod vanuit Open Education (Schuwer, 2016)

Scenario 1: offline/tailor made

De lerende die momenteel betaald voor de blend van face-to-face onderwijs en online onderwijs volgt verschillende modules die zijn afgestemd op zijn persoonlijke leervraag. Er wordt geleerd in multidisciplinaire leernetwerken die gezamenlijk aan gecombineerde ‘outcomes’ werken.
De leerervaringen worden gedeeld zodat ieder individu de projectervaringen terugbrengt naar de onderneming waar hij voor werkt. Het sociale aspect van leren is erg belangrijk en dat wordt gefaciliteerd in verschillende fysieke pop-up locaties die dichtbij of in de onderwijspraktijk staan. Deze lerende heeft een persoonlijke coach bij de hbo-instelling die een leven lang aan hem is gekoppeld. De rol van de instelling is om mensen bij elkaar te blijven brengen en ondanks culture verschillen samen fysiek een leven lang te laten leren. Hij heeft een betaald account bij de onderwijsinstelling dat hetzelfde werkt als de streaming muziekdienst Spotify (Vullings, 2015). Met het gratis abonnement heeft de lerende zijn hele leven lang toegang tot een dynamisch specifiek aanbod van gratis online cursussen. Bij duurdere abonnementen betaald de lerende extra zodat hij zijn leerproces kan versnellen of uitkomsten kan laten examineren (Dreambox, 2016).
De betalende mensen kunnen in de pop-up locaties ook gebruik maken van alle technologie die het mogelijk maakt om te ‘prototypen’. Denk hierbij aan alles dat te maken heeft met rapid-manufacturing) en de nieuwste nano-apparatuur die het mogelijk maakt om bijvoorbeeld DNA te scannen en te printen. Doordat dit beschikbaar is kan de community ook bijdragen aan continue vooruitgang op de Global Challenges die we als wereldbevolking in de ogen kijken.
Door Internet of Things (Westera, 2012) is het mogelijk dat de lerende gedurende zijn dagelijkse werkzaamheden allerlei data produceert die opgeslagen wordt in zijn persoonlijke profiel. Zodra hij de pop-up locatie binnenkomt is de data uitgelezen en is duidelijk wat de laatste update is met betrekking tot vooruitgang op de persoonlijke leervraag. Gedurende het face-to-face onderwijs wordt er geen gebruik gemaakt van technologie. De nadruk ligt op het delen van informatie in de groep en het discussiëren van oplossingen waarna alle aanwezige hersencapaciteit wordt aangesproken om oplossingen te bedenken.

Scenario 2: offline/one size fits all

Er zijn een aantal overkoepelende product-producerende bedrijven in Nederland die een nauwe samenwerking zijn aangegaan (Rubens, 2016) met de overheid op het gebied van onderwijs. In plaats van het oprichten van bedrijfsscholen zijn zij gegaan voor een gezamenlijk aanbod van basiskennis en vaardigheden in relatie tot de banen die zij aanbieden.
Het netwerk van de scholen is zo ingericht dat men in het hele land terecht kan in kleine conference room bij de bedrijven. Hier kan men via een vaste cyclus lessen volgen die direct worden afgerond met een toets of assessment. De lerende heeft een online-portfolio dat een aantal punten vertegenwoordigd, deze moet hij up-to-date houden want als hij onder een bepaald aantal punten zakt dan mag hij zijn werkzaamheden niet uitvoeren voor zijn werkgever. De economische toestand zorgt ervoor dat mensen blij zijn met werk waarvoor geen hoge en dure diploma’s nodig zijn. Het aanbod van de lessen wordt samengesteld aan de hand van big-data (Timmer & Vermeent, 2015) die uit het productieproces wordt gehaald. Hierdoor kunnen medewerkers steeds beter ‘updates’ krijgen die een directe invloed hebben op goedkoper produceren. Gedurende de offline lessen wordt veel gebruik gemaakt van voorgeprogrammeerde onderwijsrobots die door artificial intelligence de lerende ondersteund gedurende zijn leerproces.

Scenario 3: online/one size fits all

De lerende staat ingeschreven bij een onderwijsinstelling die online onderwijs aanbied. Het aanbod van open online courses bij deze instelling is gigantisch. De online identiteit van de lerende geeft advies aan zowel het bedrijf waar hij werkt als aan de onderwijsinstelling welke cursus hij het beste kan volgen. Wanneer de lerende heeft gekozen voor een strak georganiseer onderwijsprogramma worden de wearables die de lerende bij zich draagt gebruikt (Manderveld, 2016). Deze geven aan wanneer en waar moet inloggen om lessen of coaching te volgen.
Er zijn virtuele leslokalen ingericht waarin lerenden elkaar online ontmoeten, men is allemaal bezig met het publiceren van praktijk ervaringen. Er worden leerlijnen aangeboden die tot een bepaalde bevoegdheid leiden. Educational partners (Kan. Et Al, 2015) van de onderwijsinstelling hebben online toegang tot het studentenbestand zodat zij de online identiteit kunnen koppelen aan uitdagingen die zij binnen hun bedrijf hebben.
Gedurende het leren wordt veel gebruik gemaakt van virtual reality (Gregory. Et al, 2016) waarbij lerenden in uitdagende situaties worden gezet zodat zij ervaring opdoen met wat straks in de werkelijkheid kan gebeuren. Door deze ervaringen te delen werkt de lerende mee aan een online database en betaald hij met sociaal kapitaal voor zijn eigen leerproces. Dat betekent dat een leven lang leren mogelijk is voor iedereen, alleen het transferen van een afgeronde module naar de online identiteit kost geld.

Scenario 4:online/tailor made

Je bent een lerende als een nomade, je hoeft niet veel geld te hebben om onderscheidend te zijn op de arbeidsmarkt (Hegarty, 2015). Er zijn diverse mogelijkheden om on-the-job te leren, de talenten en krachten die je van nature bezit zet je in om anderen te helpen en om een ‘challenge’ aan te gaan. Wanneer je ondersteuning in de vorm van verdieping, coaching of andere pedagogische/didactische kwaliteiten nodig hebt dan kun je die via een ‘alert’ aangeven op het online platform. Bij gebruik betaal je voor wat je gebruikt of je kiest ervoor om ‘ruilhandel’ toe te passen. Wanneer je meer brengt dan haalt krijg je zogenaamde ‘educoins’ uitgereikt die net als de bitcoin een waarde bevatten binnen het online platform. De onderwijsinstellingen gericht op hbo denk en werkwijze zijn ontmanteld, er is een zelfreinigend systeem opgezet wat in de basis heel erg lijkt op een combinatie van Airbnb en Uber (Vullings, 2015). Wanneer je als lerende, coach en/of expert niet de kwaliteit levert die is afgesproken dan is dat transparant en zichtbaar op het online open pedogogy platform. 
Als lerende kun je overal ter wereld onderwijs volgen dat bijdraagt aan het upgraden van jouw menselijke status. Denk hierbij aan kunstmatige intelligentie (Kosters, 2016) die als wearable in je lichaam is geïmplementeerd. Gebaseerd op het abonnement bij de Dollar Shave club krijgt je kunstmatige brein iedere twee weken een update. Door de ontmanteling van het onderwijs zit je als persoon niet langer vast aan een fysieke locatie voor meer dan vier jaar. Je leert fysiek op een explorerende manier en daar waar jouw talenten en specifieke skills de meeste impact hebben. Doordat jouw online en fysieke omgeving (stakeholders) de mogelijkheid hebben om jouw digitale badges (Detering. Et al, 2011) uit te reiken is jouw online identiteit belangrijker (Huizer, 2016) in relatie tot het verwerven van nieuwe leertaken dan jouw fysieke lichaam. Deze badges zijn microdentials (European Commission, 2016) die elkaar versterken en uiteindelijk de kracht en talenten van jouw als persoon weergeven. In de bedrijfswereld betaald men salaris op basis van impact-analytics. Deze analytics zijn een afspiegeling van het geanalyseerde big-data welke in relatie staan met vaardigheden rondom problem-solving, divergeren & convergeren (OECD, 2013) en analytisch en evaluatief denkvermogen.

Bronnen

De beschreven scenario’s zijn mede tot stand gekomen door dialogen met futurist Yori Kamphuis en cross-industry expert Ramon Vullings. Zie gesprek 1 & gesprek 2 Daarnaast heb ik documentaires over de toekomst (van het onderwijs) gekeken varierend van korte TEDtalks tot langdurige diepgaande toelichtingen.

  • -    Detering, S., Dixon, D., Khaled, R. & Nacke, L. (2011). From Game Design  Elements to Gamefulness Defining ‘Gamification’
  • -       Dreambox (2016) Adaptive learning
  • -       European commission (2015) Validation of non-formal MOOC-based learning
  • -       Gregory, S., Lee, M.J.W., Dalgarno, B., and Tynan, B. (2016) Learning in Virtual Worlds. Research and Applications
  • -       #HBO2015, wendbaar & weerbaar (2015), Vereninging Hogescholen
  • -       Hegarty, B. (2015). Attritbutes of Open Pedagogy: a model for using open educational resources
  • -       Huizer, E,. (2016) Who are you in cyberspace?
  • -       Kosters, W. (2016) Kunstmatige intelligentie
  • -       Manderveld, J. (2016) Het learning analytics-experiment van SURFnet
  • -       OECD. (2013). Trends Shaping Education 2013, (Vol. OECD Publishing). Paris: OECD Publishing.
  • -       Rubens, W. (2016) Trendrapport SURFnet, hoe technologische trends onderwijs op maat mogelijk maken
  • -       Timmer, J.W, Vermeent, W. (2015) Internet of Things
  • -       Vullings, R., (2015) Not Invented Here, cross industry innovation. BIS Publishers BV
  • -       Westera, W. (2012). The Digital Turn: How the Internet Transforms Our Existence. AuthorHouse.


-        

maandag 13 februari 2017

Quest 2: eerste kwadrant


In dit blogbericht een eerste poging om een van de kwadranten van ons gezamenlijke scenariosjabloon specifiek voor mijn opleiding uit te werken.

One size fits all – online (2032)

Opgaan in de massa

Maandag 30 augustus 2032, 9:00
Anna logt in met haar DIGID op de website van haar nieuwe opleiding. Vandaag start ze met haar hbo-opleiding chemie, samen met ongeveer 3500 andere studenten in Nederland. Ze opent het vooraf opgenomen introductiecollege. Axel Nobel, de directeur hbo-chemie Nederland legt daarin uit wat haar de komende vier jaar te wachten staat. Axel bespreekt de opbouw van het onderwijsprogramma, de landelijk vastgestelde (en getoetste) eisen en in welke volgorde het programma doorlopen wordt. Het eerste deel van de studie bestaat uit drie jaar theorie- en praktijkonderwijs. Het theorieonderwijs  is opgedeeld in modules en wordt aangeboden door middel van webcolleges, verzorgd door de beste docenten binnen hun vakgebied. Bij ieder webcollege zijn verwerkingsopdrachten, die studenten individueel of in groepen maken. Drie maal per jaar zijn er theorie-examens voor alle studenten tegelijk. Terwijl de examens op de computer worden afgenomen moet Anna haar webcam aanzetten, zodat vooraf via een irisscan gecontroleerd wordt of zij het is die het examen maakt en tijdens het examen fraude wordt uitgesloten. Na afloop van het examen volgt meteen de uitslag. Een voldoende betekent dat je door mag naar het volgende blok, een onvoldoende betekent dat je opnieuw moet beginnen met het blok. “Denk hier niet te licht over” maant Axel,  “Two strike is out: als je voor de tweede keer een blok mist, krijg je een negatief bindend studieadvies en moet je stoppen met je studie”. Naast de theorielessen, volgt iedere student ook de verplichte praktijkonderdelen. Iedere trimester staat een andere techniek in die in laboratoria gebruikt wordt centraal. Met een druk op de knop worden de praktijkdagen in de digitale agenda van Anne gepland. Deze praktijkdagen volgt ze in de laboratoria van de vroegere hbo’s in Nederland. Axel legt uit dat er voor iedere praktijkdag een theorieprogramma is dat met goed gevolg doorlopen moet worden: hierin worden de experimenten voorbereid en de achterliggende theorie begrepen. Tijdens de praktijkdagen worden experimenten uitgevoerd, onder begeleiding van een docent. Ook de praktijk wordt getoetst: ieder jaar wordt afgesloten met een praktijkdriedaagse, waarin de basisvaardigheden van dat jaar worden getoetst. “Je moet bijvoorbeeld laten zien dat je in staat bent om een nauwkeurige verdunningsreeks te maken” licht Axel toe. De praktijkdriedaagse is voorwaardelijk om door te mogen naar het volgende studiejaar. Aan het eind van de zomervakantie is er de mogelijkheid te herkansen. Na die drie jaar theorie- en praktijkonderwijs loopt iedereen een half jaar stage in het buitenland en voert in Nederland een afstudeeronderzoek uit.

In dit scenario speelt met name technologie een grote rol. Deze maakt het mogelijk landelijk te toetsen en de beste docenten de webcolleges te laten maken. Specifiek voor mijn sector (hbo laboratorium) is het nodig om ook het praktijkonderwijs te integreren. Verder is in dit scenario een beweging gemaakt richting landelijk toetsen en specifieke, vastgestelde programma’s.